Liefhebber:
Onderwerp:
Halen – Iedereen in duivenland kent genoegzaam Sabrina Brugmans. De goedlachse, Limburgse gemeenteambtenaar die vaste gast is op alle nationale duivenpodia. Naast Sabrina staat op het podium steevast een Vince-Diesel-look-a-like met een brede smile, Stephan Machiels. Wanneer je liefhebbers vraagt wie de beste melker van het land is, hoor je gegarandeerd met grote regelmaat zijn naam vermelden.
Stephan lijkt wel boerenjaren te verzamelen als ware het sigarenbandjes en ook dit jaar was er weer eentje om in te kaderen. In Blankenberge kampeerden ze zowat op het podium. Gelukkig staat er een leeftijdslimiet op of hij scoorde ook nog in de jeugdreeksen. Ook in onze Gouden Duif-competitie was Stephan weer dominant en zeer succesvol, na 2018 en 2023 mag hij zich immers dit jaar weer eindlaureaat van deze prestigieuze prijs noemen. De derde overwinning reeds, dus de “wisseltrofee Stan Raeymakers” alsook het derde, zeer gegeerde Gouden Duif-beeldje verhuizen definitief naar Halen. Velen hebben een arm veil voor een “Gouden Duif”-pin, Stephan heeft nu zelfs drie beeldjes op zijn dressoir staan.
| S - 17/5 Soisons | 8e plaats | 2119 d. | 15, 8, 9 | coëff. 1,51 |
| HF - 17/5 Gien | 5e plaats | 4406 d. | 9, 60, 11 | coëff. 1,82 |
| F - 08/6 Argenton | 10e plaats | 13.998 d. | 67, 206 | coëff. 1,95 |
| S - 19/7 Soissons | 18e plaats | 1112 d. | 16, 15, 52 | coëff. 7,46 |
| HF - 12/7 Melun | 2e plaats | 819 d. | 2, 1, 8 | coëff. 1,34 |
| F - 22/7 Argenton | 9e plaats | 4758 d. | 119, 7 | coëff. 2,65 |
| S - 17/8 Halen | 17e plaats | 194 d. | 1, 3, 4 | coëff. 4,12 |
| HF - 06/9 Sourdun | 3e plaats | 2761 d. | 27, 28, 2 | coëff. 2,06 |
| F - 03/8 Bourges | 13e plaats | 5261 d. | 121, 1 | 2,32 |
De cijfers waarmee Machiels deze trofee wist te veroveren zijn ook ronduit indrukwekkend. Hij behaalde maar liefst 10 vermeldingen, een record. Voor de Gouden Duif tellen er maximaal 3 vermeldingen per reeks, dus viel er eentje af en behaalde hij het maximum van 9. Dat hij een zeer terechte winnaar is, bewijst het feit dat hij Superstar van het Jaar halve fond werd met 4 vermeldingen en maar liefst 64 punten en daarnaast ook nog eens beslag legde op de 2e plaats in de Reeks fond en de 5e in de Reeks snelheid. Ook nog even benadrukken dat alle uitslagen in Limburg gewonnen zijn en niet, zoals sommigen denken, in twee provincies. Dan heb je de overwinning niet gestolen, meer zelfs, dit doet ons stilletjes het hoofd buigen uit respect.
Een 30 kweekkoppels, 70 vliegduiven en 150 jongen stonden in voor dit resultaat. Om te kunnen winnen in de duivensport heb je een goeie ligging en een tikkeltje geluk nodig. Zoveel overwinningen kan je echter niet wegschrijven als dom geluk. Stephan is gewoon een kei van een melker, een kampioen in hart en nieren en bovenal een winnaar. Stephan is heel blij als hij wint en vooral ook heel ongelukkig als hij niet wint. Vandaag zit voor ons een gelukkig man.
Omdat dit de derde overwinning is van Brugmans en omdat iedere journalist bij De Duif hem al menig keer op de rooster heeft gelegd, zochten we naar een nieuw format. Twee weten meer dan één en dus dachten we, we sturen twee journalisten naar Halen. De minzaamheid en de jarenlang opgebouwde duivenkennis van JOL gecombineerd met de spitsvondige pen en de soms kinderlijke verwondering van Mike, zouden moeten instaan voor wat leesplezier in deze donkere periode.
Gezeten aan de keukentafel in Halen, genietend van koffie en koekjes, vuren we vragen af op Stephan. Op de tonen van Antonio Vivaldi’s De vier jaargetijden gaan wij proberen u het verhaal te brengen van een jaar lang met de duiven spelen. Sabrina is vanzelfsprekend de orkestleidster, Stephan bespeelt de eerste viool, JOL is de dirigent en Mike bespeelt meesterlijk de triangel. (ping)
Le Quattro Stagioni
La Sinfonia (de ouverture)
DD: Eerst en vooral proficiat met je overwinning. Was het een verrassing?
Stephan: Niet echt. De eerste in 2018 was dat wel. Toen was het een complete verrassing. Ik volgde het niet echt en Dirk Leekens kwam af met het grote nieuws. De afgelopen jaren volg ik de wedstrijd op de voet en vanaf augustus had ik door dat ik er kortbij ging zijn.
DD: Heb je er ook voor gespeeld?
Stephan: Toch wel. Dit seizoen heb ik mijn overwinning ook te danken aan mijn jonge duiven, dat was in het verleden vaak een probleem. (drie vermeldingen in augustus/september) Daarnaast vind ik vermeldingen behalen op de snelheid het moeilijkst. Ik had drie jaarduiven die op Soissons voor drie vermeldingen op de snelheid hebben gezorgd en één op de halve fond. Die drie heb ik dan ook niet verdergespeeld en behouden op de vitesse. Eigenlijk zijn het dezelfde duiven die me 4e Prov. kampioen van Limburg op de snelheid hebben gemaakt en daardoor ben ik Algemeen Kampioen van Limburg, ze zijn dus ook mee verantwoordelijk voor het succes bij de Gouden Duif.
DD: De Gouden Duif win je met je eerste 3 getekenden. Oude kan je beoordelen op hun prestaties van voorgaande seizoenen, maar hoe teken en beoordeel jij je jongen?
Stephan: Heel in het begin teken ik diegene die het best gepaard zitten, daarna natuurlijk op prestaties. Naar het aantal pennen dat ze gestoten hebben kijk ik niet. Belangrijkste is dat ze gemotiveerd zijn. Jongen zijn nog gemakkelijk te motiveren. Eén van de dingen die ik doe is een aantal duivinnen laten paren met oude duivers.
Motivatie is belangrijk op iedere afstand. Duiven motiveren is vertrouwen op je gevoel en spelletjes met hen spelen. Zo had ik een jonge duivin, gepaard met een oude doffer, die goed aan het komen was en plots begon ze te missen. Dan heb ik gelijktijdig met haar de andere partner (oude duivin) van die doffer op het hok gezet. Ze vlogen dus beide steeds dezelfde bak in, met de gekende gevolgen. Ik heb de jonge duivin dan laten winnen, waarna ze de mand inging. De jaloezie werkte en ze vloog meteen de 35e nationaal. Ze is dat jaar nog 3e Nat. Asduif geworden. Jaloezie, verliefdheid, eitjes... allemaal hulpmiddeltjes om mee te spelen. Je moet zien en aanvoelen wat nodig is.
DD: Je speelt enkel met duivinnen op klassiek weduwschap en je hebt drie tot vier duivinnen per doffer. Hoe ben je tot dit systeem gekomen?
Stephan: Zoals iedereen indertijd ben ik begonnen met gewoon weduwnaars (duivers). Later zijn daar duivinnen bij gekomen. Over het duivinnenspel heb ik veel geleerd van Roger Buvens (Loksbergen). Een man naar mijn hart, hij zocht nooit uitvluchten. Verder heb ik vooral geleerd uit veel lezen en opzoeken. De eerste jaren speelde ik met twee duivinnen per doffer maar daarna probeerde ik het steeds met een duivin extra. Nu heb ik doffers die vier duivinnen hebben.
Per doffer hebben de duivinnen een andere kleur van knijpring aan. Al dat gewissel met duivinnen is veel werk, zeker in het begin van het seizoen. Later worden de groepen steeds meer gesplitst en gaat dit steeds vlotter.
| 2025 1e Algemeen Provinciaal Kampioen 1e Prov. Kampioen 1 & 2 Kleine Hafo oude 1e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo oude 2e Prov. Asduif Grote Hafo oude 3e Prov. Kampioen 1 & 2 Kleine Hafo jaarse 4e Prov. Kampioen 1 & 2 Snelheid jaarse 5e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo jaarse 9e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo jongen |
| 2024 1e Algemeen Provinciaal Kampioen 1e Prov. Kampioen 1 & 2 Kleine Hafo oude 1e Prov. Kampioen 1 & 2 Kleine Hafo jaarse 1e Prov. Asduif Grote Hafo oude 3e Prov. Asduif Grote Hafo jaarse 3e Prov. Kampioen 1 & 2 Fond jaarse 3e Prov. Asduif Kleine Hafo oude 3e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo oude 6e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo jaarse |
| 2023 1e Prov. Asduif Grote Hafo oude 2e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo jongen 2e Prov. Asduif Kleine Hafo jongen 3e Prov. Asduif Kleine Hafo jaarse |
| 2022 1e Prov. Asduif Grote Hafo jaarse 1e Prov. Asduif Grote Hafo jongen 2e Prov. Asduif Grote Hafo oude 3e Prov. Kampioen 1 & 2 Grote Hafo jongen |
L’Inverno (de winter)
We beginnen bij het seizoen waarin we ons nu bevinden. De korte, donkere dagen. Duivenmelkers durven al eens op vakantie gaan in deze periode en verder vind je hen vooral op kampioenendagen, beurzen, lezingen en vieringen allerhande.
Voor een leek kan het lijken alsof het nu pruimentijd is in de duivensport. Niets is echter minder waar. Medische handelingen, koppelingen bedenken, duiven gezond houden en strategieën uitdenken die na de eerste vlucht van het seizoen waarschijnlijk al in de prullenmand belanden.
Een aloude duivenwijsheid zegt immers, je oogst in de zomer wat je in de winter gezaaid en verzorgd hebt.
DD: Vertel eens wat over de winterperiode op jouw hokken.
Stephan: Van half september tot eind februari blijft alles hier binnen. Belangrijkste in deze periode is om de duiven gezond te houden. Net als in de zomer moeten ze in de winter ook in orde zijn. Ze zitten op winterrust en verbruiken dus minder energie. De duivinnen krijgen deze periode ook lichter voer. De doffers iets zwaarder omdat het nu eenmaal doffers zijn. Haantje de voorste uithangen kost energie, het hele jaar door.
DD: De winter is ook de tijd van het jaar van het koppelen en het begin van de kweek.
Stephan: Tussen sinterklaas en kerst worden de kwekers gekoppeld, maar daar gaat toch wel enige voorbereiding aan vooraf. Praktisch 90% van de kwekers wordt elk jaar herkoppeld, iets wat op voorhand op papier wordt gezet. Een week voor de echte koppelingsdatum begin ik met voorkoppelen. Ik kijk dan of de bij elkaar gezette duiven elkaar wel zien zitten, zo niet verandert mijn planning en krijgen ze een andere partner. Net als op andere hokken wordt er bijgelicht, bij de duivinnen is dat voorafgaand slechts een week, dit om de neiging tot onderling paren te vermijden.
DD: Kijk je ook naar de kleur bij het koppelen, je hebt precies alleen maar blauwe en geschelpte duiven?
Stephan: Ik let daar niet speciaal op, maar wat die kleuren betreft, dat klopt. Ik heb ook enkele zwarte ertussen, maar andere kleuren zie ik niet zo graag.
DD: Ook op medisch vlak is de winter belangrijk.
Stephan: Absoluut. Zoals ik al zei, je moet ze gezond houden, ook nu. In de winter krijgen ze net als op andere tijdstippen look in het water, Avidress en Usne Gano, beide van Röhnfried.
De kweekduiven worden in oktober na een kuur, gevaccineerd tegen paratyfus. Een week of vier later krijgen ze de enting tegen paramyxo. Bij de vliegduiven gebeurt dat allemaal later, zij krijgen omstreeks half februari de prik tegen paratyfus en een maand later pas die tegen paramyxo.
De jongen krijgen ook een vaccinatieschema voorgeschoteld. Bij het spenen is dat paramyxo + rota, drie weken later opnieuw paramyxo + rota en nogmaals drie weken later een spuitje tegen de pokken.
DD: Tot eind februari blijven ze dus binnen. En daarna?
Stephan: Natuurlijk hangt dit van het weer af. Vanaf dat het weer het toelaat mogen ze voor het eerst terug buiten, rond half februari. Ik laat ze dan om de beurt (dag om dag) buiten, dit om scheefvliegers te vermijden. Heel februari en maart wordt er zo rustig opgebouwd. Vooral de dag dat ik ze voor het eerst samen uitlaat is gevaarlijk. Ik overweeg trouwens om volgend jaar misschien nog wat vroeger te beginnen. Dan kan ik het wat voorzichtiger aanpakken om zo de duiven bij de eerste trainingen niet te forceren.
DD: Doe je iets specifieks om de duiven te beschermen tegen de koude?
Stephan: De koude is niet de grootste vijand, wel speelt vocht een belangrijke rol. Op het hok heb ik een hygrostaatschakelaar die zowel tijdens de winter als zomer ingesteld staat op 70%. Als hij schakelt gaan de verwarmingsplaten automatisch aan.
DD: De winter is ook het sociale seizoen in de duivensport. Hoe belangrijk vind jij dit sociaal contact binnen de sport?
Stephan: Ik vind dat wel leuk. Zo kan Sabrina ook meegenieten van mijn hobby en het is altijd leuk om met andere liefhebbers te babbelen over onze passie. Zeker als je iets wint, vind ik dat je het niet kan maken om daar niet naartoe te gaan. Je krijgt appreciatie voor wat je gepresteerd hebt en dan getuigt het maar van respect dat je daar naartoe gaat. Moest ik niets winnen, dan ging ik niet denk ik. (lacht) Behalve De Gouden Duif natuurlijk, daar wil ik niet ontbreken, dat is toch hét duivenfeest van het jaar. Ook de jaren dat ik niets win - die zijn er niet zo veel - zijn we daar paraat. Daarnaast ga ik ook steevast naar de beurs in Kortrijk en meestal ook naar Houten. Nee, dat sociale aspect vind ik zeker niet onaangenaam, ik ben geen kluizenaar.
In het leven, en dus ook in de duivensport, heb je vrienden nodig. Zo heb ik Valère Machiels, overigens geen familie, die meehelpt met de verzorging van de duiven en bij wie ook 16 kweekkoppels gehuisvest zijn. Ik kan mij volledig focussen op de vliegers, wetende dat de kwekers goed verzorgd worden. Dat is een hele geruststelling.
Valère is ook altijd op post om te komen letten. Naast hem zijn er meestal ook wat mannen die zelf geen nationaals spelen, die komen zien naar de thuiskomst van mijn duiven. Zeker als ze goed komen is dat wel plezant., anders natuurlijk iets minder. (lacht)
La Primavera (de lente)
Het seizoen van de bloesems en weerkerende zwaluwen. De spanning stijgt in duivenland. De sportieve voorbereidingen kunnen nu beginnen. De resultaten van de winterkweek beginnen stilaan te trappelen van ongeduld en de oude garde komt langzaam uit zijn winterrust.
DD: Stephan, beschrijf de lente eens op de hokken.
Stephan: De duiven komen steeds meer buiten en het opleren kan dan stilaan beginnen. De oude duivinnen zijn al van eind februari los en nu worden ze een keer of 5-6 gelapt. Half februari komen ook de jongen voor het eerst buiten. In het begin vliegen die nooit goed, misschien voer ik wel te veel. Ik heb ooit geprobeerd ze aan het vliegen te krijgen met paddy-rijst (licht verteerbaar), dat hielp wel. Uiteindelijk komt het altijd wel goed. Een week lang in de weer zijn met de vlag en een bal en ze pikken het wel op.
Ook het verduisteren begint nu. Ik verduister de vliegduivinnen niet zozeer om het stoten van de pennen tegen te gaan, maar om de duiven langer rustig te houden. De vliegduivinnen worden verduisterd van 1 maart tot 1 mei, de jongen van 1 maart tot 10 juni. Het is pas vanaf begin juli dat ik zowel de oude als jonge duiven begin bij te lichten en dit tot half september, zeg maar einde seizoen. Dit doe ik zo sinds 2010. Vroeger vlogen mijn oude duiven zes weken geweldig en daarna was er een terugval eens de nationaals eraan kwamen. Nadat ik ben beginnen te verduisteren en bijlichten was dit probleem opgelost.
DD: Vertel eens wat meer over dat koppelen van de vliegduiven!
Stephan: Begin april, na hun eerste Momignies of Chimay, wordt de eerste groep gekoppeld. De week erop is de volgende groep aan de beurt en tegen 1 mei moet alles gekoppeld zijn. Groep 1 is voor de vitesse, 2 de kleine halve fond, 3 de grote halve fond en groep 4 wordt ingezet op de verste afstanden. Ik probeer dit zo aan te houden, maar natuurlijk hangt dit af van de resultaten. Ik gaf reeds het voorbeeld van die drie duiven die op Soissons gehouden werden.
DD: Hoe belangrijk vind je die eerste uitslagen?
Stephan: Heel belangrijk, de start is het belangrijkste, mis je die dan ben je al op achtervolgen aangewezen, dan loop je al van in het begin achter de feiten aan. Om te kunnen presteren vanaf dag 1 is het belangrijk dat alles tiptop in orde is. In het begin moet je een ketting kunnen scoren.
Aan de training zie je alles. Wanneer je de duiven op een lijn ziet overkomen dan weet je dat het goed zit.
April is wat mij betreft de zwaarste maand met het meeste werk. Later profiteer je echter van de inspanningen die je nu doet. Kijk dan ook op geen inspanning. Zo geef ik mijn duiven niet mee met opleervluchten maar ik ga ze zelf lappen. Dat is meer werk, maar ik geloof dat het beter is.
Uiteindelijk trainen alle afstanden samen en even hard.
Ze trainen tweemaal daags een uur en daarom is het noodzakelijk dat ze veel eten. Er wordt deze periode ook omgeschakeld van het lichte wintervoer naar steeds zwaarder eten. Ze hebben nu energie nodig. Na de training krijgen ze trouwens pinda’s. Zo komen ze vlot binnen en krijgen ze nog wat extra energie in hun lijf. Normaal krijgen ze ook eten na de training, al durf ik ze ook al wel eens voeren voor de avondtraining. Onze pa voerde nog individueel met de lepel, dat doe ik niet. Ik voer altijd tot er voer overblijft in de bak.
DD: En wat doet de melker in deze periode van het jaar?
Stephan: Heel veel observeren. Het is belangrijk dat je alles gezien hebt. Ik startte eens niet goed, de duiven kwamen gewoon niet goed. Ze hebben dan een week rust gekregen en de week erna hebben ze de hele uitslag opgerold. Ze hadden rust nodig, simpel maar je moet het gezien hebben.
Daarom ook heb ik bewondering voor de mannen die met veel duiven spelen. Het is niet alleen veel werk, het wordt dan ook altijd moeilijker om alles gezien te hebben. Wij moeten het zien, want zij kunnen het niet zeggen tegen ons.
| Gouden Duif België 2018 + 2023 + 2025 1e Nat. Asduif halve fond jaarse 2020 1e Nat. Asduif grote halve fond oude 2023 1e Nat. Asduif grote halve fond jonge 2023 (2 races) 1e Nat. Asduif Allround jonge 2023 1e Nat. Asduif grote halve fond jaarse 2014 1e Nat. Bourges 5.261 oude 2025 1e Nat. Argenton 23.124 jonge 2021 1e Nat. Bourges 36.315 jonge 2015 1e Nat. La Souterraine 8.383 oude 2021 1e Olympiadeduif Cat. B 2024 1e Olympiadeduif Cat. G 2019-2020 1e Olympiadeduif Cat. A 2020-2021 1e Nat. Olympiadeduif Cat. A 2020 1e Nat. Kampioen halve fond 2020 1e Algemeen kampioen Limburg 2024 + 2025 |
L’Estate (de zomer)
Het seizoen van de waarheid. Eindelijk gaat het om de knikkers. De rest van het jaar staat in teken van deze maanden. Val duivenmelkers niet lastig in deze periode. Een duivenmelker die tijd over heeft in de zomer is geen kampioen.
DD: De zomer is aangebroken en de belangrijke vluchten komen eraan. Wat betekent dit op het hok?
Stephan: De vorm moet er nu in zitten. Tegen de zomer moeten ze gezond zijn en vooral blijven. In het begin gaat alle focus hier op de duivinnen. De gezondheid van de duiven blijft cruciaal. Ieder jaar wordt de gezondheid beter en beter omdat je daar ook op selecteert.
Wat medicatie betreft heb ik het meeste wat nodig is wel staan, maar ik geef liever niets, enkel als het nodig is. Enkele jaren geleden hadden ze na een zware vlucht allemaal slierten slijm in hun bek. Dan heb ik de dierenarts gebeld (het waren uitdrogingsverschijnselen) en zijn raad opgevolgd.
DD: Wanneer je medicatie dient te gebruiken is het natuurlijk eigenlijk al te laat. Wat zijn belangrijke factoren om ze gezond te houden?
Stephan: Een heel belangrijk iets is een goed hokklimaat. In een slecht huis word je ziek! Volgens mij weet zowat iedereen het ondertussen, maar volières zijn een heel belangrijk iets. Natuurlijk met de nodige afscherming, maar de goede verluchting en het “buiten” zijn is duidelijk heel goed voor de duiven. De duiven zitten hier heel de dag buiten, in de gezonde lucht! Sinds ook mijn vliegduivinnen een volière hebben voor hun hok, zijn hun resultaten veel beter geworden.
DD: Zomer betekent ook hitte.
Stephan: Wanneer het te warm is dan benevel ik de hokken om de vochtigheid te verhogen. Bij 30-35°C trainen ze alleen ’s morgens in de koelte. Als er een training wegvalt eten ze ook wat minder. Ze mogen dan langer in de volière blijven en ik voer ze ’s avonds wat later. We moeten ons aanpassen aan dat steeds warmere weer. Misschien dat ik in de toekomst toch eens ga proberen ze in het laat toch nog eens uit te laten.
Boven de 30°C geef ik ook geen duiven mee, daar heb ik slechte ervaringen mee. Op een hete Melun kreeg ik eens telefoon van een vrouw uit Aarschot dat er een duif bij haar was terechtgekomen. Het was een goeie, ze had 1e prov. Melun gewonnen en was het jaar ervoor 8e Nat. Asduif geworden. Ik had geen tijd om ze op te halen maar die vrouw was zo vriendelijk om ze te brengen. Toen ze bij mij aankwam met het duifje ging het hartje van de duif tekeer tegen 300 per uur. ’s Avonds was ze terug rustig dus ik dacht dat het wel zou goed komen. Helaas, ’s anderendaags lag ze dood. Sindsdien geef ik niets meer mee als het te heet is. Ik ga ze dan ook niet ter vervanging lappen of ze op een kortere vlucht meegeven, te heet om te vliegen is te heet om te vliegen, punt!
Regen, daar wordt niet naar gekeken voor een training. Onderweg tijdens de vlucht kunnen ze dat tenslotte ook tegenkomen. Bij harde wind blijven ze wel binnen. Ik ben als eens een duif kwijtgeraakt door wind. Ze vloog laag om zich te beschermen tegen de wind en knalde zo op een vrachtwagen. Gevolg was dat haar hele borstbeen open lag en ik haar moest opruimen.
DD: De zomer is natuurlijk het seizoen van de vluchten. Beschrijf eens hoe bij jou de voorbereiding naar de vlucht toe verloopt?
Stephan: ’s Morgens is er een training en daarna komen de duivinnen één voor één bij hun doffers. Na het eten krijgen ze ook wat extra grit en daarna krijgen ze een bad. Bedoeling van dit bad is om ze zo rustig mogelijk de mand in te krijgen. Sommige stellen daar vragen bij en beweren dat dit niet goed is, maar ik ben ervan overtuigd dat dit wel zo is. Albert Derwa doet dit trouwens ook, ’s avonds ligt er al terug “bloem” op. Ze krijgen dan ook pinda’s tot ze geen meer willen.
L’Autunno (de herfst)
Het einde van het vliegseizoen. De laatste nationaals worden betwist. De laatste punten voor kampioenschappen en asduiven worden gescoord en de laatste duiven worden verspeeld. De “Ronde van België” en de taartvluchten komen eraan. De laatste pennen worden gestoten en er wordt al stilaan aan volgend seizoen gedacht.
DD: Stephan, verandert er veel op je hokken naar het einde van het seizoen toe? Ga je anders voeren, krijgen ze meer of andere bijproducten...?
Stephan: Eigenlijk niet, de verzorging en voeding en zo blijft allemaal hetzelfde. Wel worden de oude duivinnen al eens wat extra gemotiveerd. Hiervoor gebruik ik de speciale donkere motivatiebakjes onder de nestbakken. Als ik die openzet, zijn sommigen soms niet meer te houden. Of zoals ik eerder al vertelde, laat ik twee duivinnen van dezelfde doffer samen op het hok. Een andere mogelijkheid is dat ik wat stro op het hok gooi, dat kan ook motiverend werken.
DD: Dus business as usual?
Stephan: Natuurlijk zijn er verschillen. De duiven worden al wat moe. Later op het seizoen kan er daarom al eens een training overgeslagen worden. Training is dan ook meer gewoon de basisconditie onderhouden. Als ik op maandagochtend merk dat ze niet goed trainen, dan hoeven ze ’s avonds niet te trainen. Al is het wel zo dat het vaak de mindere zijn die minder hard gaan trainen, bij hen zie je dat het vaatje af is. De betere blijven goed vliegen.
DD: Maar de tweede seizoenshelft ligt de focus toch op de jongen?
Stephan: Bwa focus, die komen er dan bij natuurlijk. De jongen van de eerste ronde vliegen de nationaals, die van de tweede ronde de kleine halve fond. Als jong ben ik nog niet streng voor ze. Alle duivinnen die het einde van het seizoen halen mogen aanblijven en krijgen een kans als jaarling. Van Hilaire Surinx leerde ik dat je ook geduld moet kunnen hebben met duiven.
Bij de oude zijn erbij die doorvliegen tot eind september. De beste spaar ik dan al voor volgend seizoen, daar neem ik dan geen risico’s meer mee, en verder vlieg ik dan met diegene die nog het best in de pluimen zitten.
DD: Op het einde van het seizoen, wanneer de prijzen uitgedeeld worden, de asduiven en kampioenen bepaald worden, begint natuurlijk ook het seizoen van de handel. Eens uitslagen bekend zijn, staan er plots makelaars en exotische liefhebbers voor de deur.
Stephan: Als je goed speelt, staan die tijdens het seizoen ook al aan de deur hoor. (lacht) Ik weet wat je nu gaat vragen en ik heb dit in eerdere interviews ook al benadrukt. Ik verkoop mijn beste niet, voor geen geld ter wereld! Als je iets wil bereiken in de duivenwereld is het essentieel om je beste duiven te behouden. Iedereen weet dit, maar je moet het ook doen he!
Sabrina en ik hebben alles wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Ik ben nu vijf jaar prof en op financieel vlak hebben we geen klagen. Van geld op mijn bankrekening word ik niet gelukkig, van mijn duiven zien thuiskomen wel.
DD: Als ze winnen dan toch!
Stephan: Ja dat liefst wel, anders ben ik iets minder gelukkig. (lacht)
En zo eindigt dit gesprek. Ook met twee journalisten konden we Stephan niet onder tafel babbelen. We zaten dan ook niet tegenover zomaar iemand. Stephans vakmanschap en meesterschap wordt erkend door vriend en vijand.
Op onze vraag wat zijn geheim is, is Stephan duidelijk. “Goede duiven! Als de duif het niet kan, dan kan ik het ook niet! Ik heb ook niet echt een favoriet type duif, het moet een goeie zijn, en als het een goeie is dan wordt het automatisch een schone.” (lacht)
Neem pen en papier klaar want wij zullen u nu het geheim van het succes van “Sabrina Brugmans” in de duivensport eens haarfijn uit de doeken doen. Gedrevenheid! Een inspanning is nooit teveel maar altijd vanzelfsprekend. De wil om te winnen moet altijd aanwezig zijn. Stephan haat het om niet te kunnen winnen, een eigenschap die hij deelt met alle groten uit de sport. Ali, Jordan of Cruijff, allen waren ze ziek na een nederlaag, en ook Stephan moet na een nederlaag aan de Dafalgan. Helaas voor de apotheek in Halen, maar aan Stephan zal hij niet rijk worden. Heel veel bruistabletten moet hij immers niet nemen.
Wij vroegen aan Stephan wat hij nog wilde winnen in zijn carrière. Hij moest daar niet lang over nadenken. Nationaal kampioen grote halve fond jongen of Algemeen nationaal kampioen.
Geef hem nog vijf minuten en hij zal nog een hoop doelstellingen verzinnen of prijzen die hij nog wil pakken. Een kampioen heeft nooit genoeg gewonnen en rust nooit op zijn lauweren. Er valt altijd nog wel iets te winnen. Combineer deze eigenschappen met de feeling, de touch, het fingerspitzengefühl die sommige melkers nu eenmaal van nature hebben. Leermeesters en jarenlange ervaring kunnen dit nog aanscherpen maar het is iets dat bij hen in de genen zit, net als bij hun gevleugelde atleten. Gooi dit allemaal samen en je krijgt iemand die uitblinkt in zijn sport, een Tadej Pogacar, een Lionel Messi, een Max Verstappen of een Stephan Machiels.
Met zijn derde Gouden Duif overwinning - en natuurlijk de rest van het palmares dat hij nu al bij elkaar gevlogen heeft - kunnen we stellen dat Stephan een hele grote is.
| 21x 1e Prov. 2023–2025 2025 1e Prov. Gien 3101 d. 1e Prov. Argenton 566 d. 1e Prov. Bourges 696 d. 1e Prov. Argenton 629 d. 1e Prov. Bourges 1079 d. 1e Prov. Argenton 1005 d. 1e Prov. Sourdun 2761 d. 2024 1e Prov. Gien 2698 d. 1e Prov. Sancoins 1676 d. 1e Prov. Sancoins 1230 d. 1e Prov. Bourges 1228 d. 1e Prov. Gien 1113 d. 1e Prov. Bourges 796 d. 1e Prov. Vierzon 751 d. 1e Prov. Tulle 445 d. 2023 1e Prov. Bourges 2244 d. 1e Prov. Nevers 1783 d. 1e Prov. Nevers 816 d. 1e Prov. Châteauroux 952 d. 1e Prov. Argenton 584 d. 1e Prov. Argenton 1715 d. |
| 28x 1e Prov. 2018-2022 1e Prov. Melun 10.615 d. 1e Prov. Lorris 8348 d. 1e Prov. Fay Aux Loges 5556 d. 1e Prov. Lorris 5281 d. 1e Prov. Sens 4664 d. 1e Prov. Melun 3742 d. 1e Prov. Fay Aux Loges 3354 d. 1e Prov. Lorris 3052 d. 1e Prov. Sens 2969 d. 1e Prov. Bourges 2619 d. 1e Prov. Chevrainvilliers 2863 d. 1e Prov. Chateauroux 1687 d. 1e Prov. Argenton 1541 d. 1e Prov. Chateauroux 1363 d. 1e Prov. Argenton 1337 d. 1e Prov. Argenton 1190 d. 1e Prov. Chateauroux 1090 d. 1e Prov. Chateauroux 1065 d. 1e Prov. Sens 1025 d. 1e Prov. Melun 1060 d. 1e Prov. Argenton 991 d. 1e Prov. Issoudun 982 d. 1e Prov. Argenton 948 d. 1e Prov. La Souterraine 735 d. 1e Prov. Gueret 678 d. 1e Prov. Sens 578 d. 1e Prov. Melun 551 d. 1e Prov. Melun 500 d. |
Téléchargement:
Auteur:










