Onderwerp:
Vooraf: Onder deze licht sarcastische titel vat deze bijdrage samen wat ik en met mij veel collega’s duivenliefhebbers ervaren en denken over de manier waarop roofvogels gekoesterd en beschermd worden. Directe aanleiding is natuurlijk het feit dat duivenliefhebbers in deze tijd van het jaar bijna dagelijks geconfronteerd worden met deze hongerige, genadeloze en dodelijke jagers.
De webcams die 24/7 een live inkijk geven in broedplaatsen van slechtvalken zijn niet meer op twee handen te tellen. En wanneer dan enkele valkenkuikens het daglicht zien, is dat heuglijk wereldnieuws in de lokale kranten en media. Ei zo na gaan sommige natuurliefhebbers suikerbonen uitdelen in de buurt. Wij duivenmelkers hebben vaak ook camera’s op onze hokken gericht, maar ze dienen niet om het heuglijke nieuws van de geboorte van een koppel kampioentjes live mee te maken, neen, het zijn vooral waarnemers – en afschrikmiddelen – van en tegen ongewenst nachtelijk bezoek. Maar daarover gaat het hier nu niet, wel over de vertroeteling van de slechtvalken op kerktorens, wolkenkrabbers en hoge industriële gebouwen. “Welkom Valk” dus.

Beeld uit de Australische “tv-show” Nest-Flix. Livestream van een nest slechtvalken… op tv.
Wat voorafging
Weet u dat er een tijd was dat een poot van een dode roofvogel een soort trofee was? Je kreeg zelfs een premie van de duivenbond per binnengebrachte roofvogelpoot. Of je twee premies kreeg als je beide poten binnenbracht, is mij niet bekend. Ik betwijfel het. Toen was de roofvogel een soort vijand en die mocht je zonder omzien uitroeien. Het waren zeker niet enkel duivenliefhebbers die het gemunt hadden op de natuurlijke vijanden van hun kampioentjes, het leger kende er ook wat van. En daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd dat postduiven echte boodschappers waren, in dienst van het leger en de nationale veiligheid.

Je kwam er zelfs mee in de krant. (De Duif - april 1921)
We gaan in deze bijdrage niet het verhaal doen van de talrijke duiven-oorlogshelden die met gevaar voor en vaak ten koste van hun leven boodschappen op mini-briefjes of microfilm overbrachten naar de hoofdkwartieren. En dat gevaar kwam niet enkel van vijandig geschut maar van een natuurlijke vijand: de roofvogel en meer bepaald de slechtvalk. Het leger maakte er dus werk van om de slechtvalkenpopulatie te decimeren en ze zijn daar erg goed in geslaagd, tot spijt van de natuurorganisaties. De pesticiden, zoals het nu verboden DDT, deden ook hun deel. Maar ondertussen zijn de valken meer dan terug… ja, meer dan…
De slechtvalk
Hebt u zich ooit al afgevraagd vanwaar deze beroepskiller zijn naam haalt? En neen, het heeft niets met “slecht” te maken, zelfs niet met af-slacht-en, al is hij daar goed in. Etymologisch – daar gaat Columbus weer – gaat de naam terug op het oud-Nederlandse woord “slecht” dat glad, vlak, egaal, recht, effen betekende. Je vindt die betekenis nog terug in “een zaak of een ruzie beslechten”, wat je zou kunnen vertalen als “vereffenen, gladstrijken”. En dan begrijp je ineens vanwaar “een muur slechten” komt: met de grond gelijk maken.
Dat “gladde”, “rechte” in de slecht-valk heeft alles te maken met zijn manier van vliegen, duiken en jagen: op een pijlrechte lijn en aan een duizelingwekkende snelheid van wel 300 tot bijna 400 km/uur. Waar we het vorige keer hadden over de aerokogel van Schepdaal, kunnen we met recht en reden zeggen dat de slechtvalk de aerokogel van het luchtruim is. Zijn aerodynamische houding tijdens dat duiken naar een prooi is dan ook spreekwoordelijk “glad” of “slecht”.

De slechtvalk in duikvlucht: een toonbeeld van aerodynamica. De aerokogel van het luchtruim haalt zo snelheden van 300 km tot zelfs 389 km/uur. Zonder concurrentie het snelste dier op aarde en in de lucht. (Beeld gevonden op Reddit)
De pelgrim die bleef
In het Frans heeft de slechtvalk niets van dat gladde of rechte, daar heet hij “faucon pèlerin” of letterlijk vertaald “pelgrimsvalk”. Uiteraard is die valk geen biddende vogel – al kunnen roofvogels inderdaad ook “bidden” – die op bedevaart gaat, maar de naam pelgrim (Latijn peregrinus) wijst hier op zijn rondtrekkend, reizend karakter. Vroeger was de slechtvalk vooral een trekvogel die zich over lange afstanden kon verplaatsen in functie van de seizoenen en het wisselende klimaat. Ondertussen weten we beter en zien we dat de slechtvalk bij ons ook een “standvogel” is geworden, een blijver die niet meer verhuist.
Vroeger broedde de slechtvalk nauwelijks in onze contreien maar inmiddels is dat trekgedrag gewijzigd en blijven de meeste slechtvalken het hele jaar door bij ons. We zien nog wel pieken van doorreizende roofvogels in het trekseizoen (september enerzijds en maart-april anderzijds) en dat zijn ook de periodes waar wij duivenliefhebbers blijkbaar het meest de roofvogel te duchten hebben. Een andere bijkomende uitleg zou zijn dat in het voorjaar de valken nest maken en extra krachtvoer zoeken en dat in het najaar hun jongen zelfstandige jagers worden.
Niet in het nieuws
Wat niet in het nieuws komt, is de kommer en kwel van de duivenliefhebbers in deze tijd… dat Marc zijn beste Barcelonaduif gepakt is, dat Patrick al 11 van zijn 38 jongen geofferd heeft aan “Welkom Valk”, dat de jonge Joeri zijn ogen rood geweend heeft omdat zijn “Witteke” niet meer terugkwam…
Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar in mijn omgeving is het tegenwoordig hét gespreksonderwerp wanneer melkers samenkomen. Jean is ondertussen 82 en durft zijn duiven haast niet uitlaten, Annemarie durft geen meter wijken van de hokken als ze de duiven van haar man Freddy uitlaat, Swakke is als de dood voor het koppel slechtvalken dat vlakbij huist tegen een vensterraam van een hoge schuur… Links en rechts hoor je zelfs melkers die overwegen om te stoppen omdat het niet leuk meer is op deze manier. Of ze echt gaan stoppen weet ik niet, maar het illustreert de angst en onvrede over de bescherming en cultivering van deze “natural killers”.

En toch naar huis komen… Recent kreeg ik een beloftevolle jaarlingduivin zo thuis, enkele uren na de training: oog kwijt en halve achtervleugel weg. Gepakt en ontsnapt… maar wel “fin de carrière”. Ze krijgt een tweede leven op het kweekhok en wie weet wordt ze even beroemd als de “Eénoog” van Gust Hofkens of als de “Klamper” van de gebr. Janssen en andere Cor de Heijdes.
Een ruimer probleem
Als we het hier al een paar keer – nogal smalend – over “Welkom Valk” hadden, is dat natuurlijk niet toevallig. Iedereen herkent hierin vast de allusie op het “Welkom Wolf”-plan van de natuurvrienden. De problematiek van de spanningen tussen de overtuigde natuurvriend en de eigenaar van kwetsbare hobby- en nutsdieren is veel ruimer dan de conflictsituatie tussen Natuurpunt en de duivenliefhebber. Het argument dat de roofdieren als je ze gewoon laat betijen, zorgen voor een natuurlijk evenwicht, houdt natuurlijk geen steek. Tenzij je vindt dat, als de wolf maar genoeg schapen en pony’s doodt, er een groter natuurlijk evenwicht is. Idem voor de roofvogels: roofvogels die dagelijks tientallen postduiven slaan en verorberen kwellen enkel de liefhebbers en daar ziet niemand toch een groter natuurlijk evenwicht in. En wat met de marter die binnengeraakt op zolders, in schuren en zelfs in spouwmuren? Die moet je ook laten doen, want je mag zijn habitat en nest niet verstoren. Je moet zelfs lijdzaam toezien wanneer een marter op je duivenhok of in een volière binnen geraakt, een hele collectie kapot maakt en doodt voor het plezier. Ok, het is gemakkelijk om de schuld naar de liefhebber of eigenaar door te schuiven: je moet je zolder of schuur of duivenhok maar beter afsluiten, je moet je schapen of pony’s maar beter beschermen met een wolfwerende schutting… En de roofvogel: die moet je maar laten doen, want postduiven horen hier niet thuis in onze streken.

Schokkende titel van een artikel van Marc Herremans dat nog steeds te lezen is op de website van Natuurpunt.
U gelooft mij niet?
Geloof het of niet, maar er zijn natuurvrienden die zonder verpinken stellen dat postduiven eigenlijk exoten zijn die hier niet thuishoren. Dan hebben ze het uiteraard over de rotsduif als verre voorouder, die inderdaad zijn habitat heeft ergens in rotswanden of steile oevers van een rivier in het Midden-Oosten… Gemakshalve vergeten ze dat de tamme duif al duizenden jaren leeft in het gezelschap van de mens. Maar ja, je moet toch iets bedenken om de roofvogel te pardonneren als hij er weer eens één van onze kampioenen of beloftevolle jonkies tussenuit haalt. “Je moet maar geen exoten/duiven houden… en ze zeker niet laten rondvliegen.”
|
Enkele citaten Reisduiven/postduiven/sportduiven/stadsduiven zijn allemaal namen voor een gedomesticeerde kweekvorm van de rotsduif die niet natuurlijk voorkomt in Vlaanderen. Eigenlijk gaat het hierbij juridisch dus om grootschalige introductie van exoten. Marc Herremans (Natuurpunt Studie) |
Ik zal met mijn artikel wel geen vrienden maken bij Natuurpunt en co… Maar zij schoppen toch ook nogal brutaal tegen de schenen van de duivenliefhebber? Als je een artikel schrijft met als titel “Roofvogels pakken duiven: et alors?” dan is dat toch ook geen diplomatische benadering van de meningsverschillen ter zake. “Et alors?”, “So what?”, “En dan?” De laconieke zinsnede werd iconisch door François Mitterrand die zonder schaamte toegaf dat hij een buitenechtelijke affaire had inclusief een extra dochter, en op die manier aan de hele natie liet verstaan dat ze er geen zaken mee hadden en hij geen commentaar hoefde… Dat roofvogels postduiven doden… “en dan?” Beledigend toch? Tegen dergelijke brutale “et alors” kun je zelfs niet argumenteren. Je kan dat lezen als “Problemen hiermee? Ga toch weg… Hoe kom je erbij?...”
En alsof dat nog niet genoeg is, stelt de schrijver verder dat de tranen van de duivenmelker vooral het economisch verlies betreffen: je moet maar geen dure duiven vrij in de lucht laten. Komaan zeg… Een beetje empathie zou wel mogen. Wie heeft het daar over “erbarmelijke onkunde”? Duiven zijn geen vliegende bankrekeningen, maar het resultaat van generaties lang kweken, selecteren, testen en koesteren. Voor veel liefhebbers is het hun levenswerk of op zijn minst hun liefhebberij en tijdverdrijf.

Het zal je duif maar wezen…
Maar ondertussen…
Maar ondertussen moet de duivenliefhebber er maar mee dealen, accepteren dat de roofvogel (en de marter) beschermde soorten zijn. Postduiven zijn dat niet, ook niet als ze al herhaaldelijk prijs hebben gevlogen op grote wedstrijden. “Dieren beschermen” is blijkbaar niet van toepassing op postduiven. Ik weet het: we blijven als duivenliefhebbers met al onze frustraties zitten. De beschermde status van roofvogels en marters is in steen gebeiteld en het ziet er niet naar uit dat dit gauw zal veranderen. Wij voelen ons in de hele problematiek machteloos en in de steek gelaten door de politiek en zelfs in hoge mate door onze bazen en vertegenwoordigers.
Keren we even terug naar “Welkom wolf”. Waarom is de wolf welkom? Nooit “Roodkapje” gelezen? De wolf hoort toch niet meer thuis in onze verstedelijkte en dichtbevolkte wereld? Dat is toch valse romantiek en een waanidee dat de wolf hier nog thuishoort. Er zijn in Vlaanderen alleen sinds “Welkom Wolf” meer dan 450 schadedossiers ingediend, goed voor een kleine duizend gedode dieren: schapen, pony’s en zelfs alpaca’s en zo. Mij goed dat de eigenaars een schadevergoeding krijgen, maar wie betaalt die? Juist, de “gemeenschap”, mensen die hoegenaamd niet zitten te wachten op meer wolven in Vlaanderen. Voor duivenliefhebbers bestaat er bij mijn weten geen fonds dat verloren vogels vergoedt, hoe kostbaar die ook mogen zijn.
Het kan toch niet de bedoeling zijn om een zogenaamde duivenplaag op te lossen met een reële roofvogelplaag…
Dus…
Vermits er nauwelijks heil te verwachten is op korte termijn, moeten wij als dierenliefhebbers – dat zijn duivenliefhebbers toch – maar leren leven met de dagelijkse dreiging van de roofvogels. Begrijpen die verdedigers van het hele roofdierenarsenaal dan niet dat je als mens een meer dan economische band hebt met je schapen of duiven?
Wat kunnen we doen? Heel weinig, blijkt in de praktijk. De vogel blijft beschermd en gekoesterd; de aantallen lijken alleen maar toe te nemen met de jaren en de jachtgebieden komen ook steeds maar dichter bij de stedelijke zones. Nestbakken voor roofvogels hebben burgerrecht gekregen tot in het hartje van onze gemeentes. We kunnen ons dus maar beter zo goed mogelijk informeren en zoeken naar strategieën om de verliezen te beperken.
Vruchteloos
Omdat het een oud zeer is, dat er alleen maar erger op wordt, wordt er gezocht naar creatieve oplossingen om de roofvogel hetzij weg te houden hetzij minstens te ontmoedigen om onze duiven te pakken.
Eerst eens kijken wat er allemaal niet werkt of niet werkbaar is, in willekeurige volgorde:
- Er zelf bij blijven als de duiven uit zijn en ze niet laten slenteren op het dak. Nuttig tegen de sperwer, maar als ze vliegen heb je geen verhaal tegen de slechtvalk die plots, alleen of met zijn tweeën, uit het niets verschijnt.
- De duiven kleuren in felle kleuren. Let wel: dit is zelfs een tip van Natuurpunt! Ten eerste is het geen zicht en niet diervriendelijk, maar bovenal heeft het geen nut. De roofvogel zal misschien de eerste keren raar opkijken van de felle kleurtjes maar eens hij dat kent, houdt het hem niet meer tegen.

Duiven met fluo kleuren om de roofvogel af te schrikken… het is geen zicht en het dient wellicht tot niets.
- Een namaak-oehoe op het dak van het hok. Ook hier slechts een heel kort effect: de gewenning treedt snel in.
- Oehoegeluiden laten afspelen door een luidspreker. Hier ook gewenning behalve voor jezelf en de buren.
- Ultrasone geluiden. Een mens hoort de hoge tonen niet maar sommige dieren wel; alleen: het verjaagt de roofvogels niet en ze wennen er snel aan.
- Duivenfluitjes… er zouden ook kleine instrumentjes bestaan die je bijvoorbeeld aan de staart bevestigt en die door de luchtverplaatsing “afschrikkende” fluittonen zouden moeten genereren. Tja…
- In dezelfde categorie: miniatuurbelletjes aan de duiven. Het wordt eentonig: heel tijdelijk effect ook tegen de valk maar ook hier gewenning en zonder blijvend resultaat.
- Een drone laten meevliegen met de trainende duiven. Heel bewerkelijk voor de piloot van de drone en na een paar keer kijkt de roofvogel er niet meer naar om.
- Een laserstraal waarmee je de cirkelende roofvogel kunt afschrikken. Het is een Chinese uitvinding geloof ik, maar ik vraag me af hoe je met dergelijke lichtstraal de vliegende, laat staan duikende roofvogel kunt treffen…
- De kraaien te vriend houden: ik ben wellicht niet de enige die rotte of overtollige duiveneitjes in de tuin te grabbel legt voor de kraaien en kauwen. Ze gaan inderdaad wel eens achter de roofvogel aan tot die vertrekt. Een leuk schouwspel, maar heel vaak zijn de kraaien er niet als je ze nodig hebt.
- Duiven met een harnas. Gekker moet het niet meer worden. De idee erachter is dat je eerst enkele duiven laat vliegen met een harnas in de hoop dat de roofvogel deze vruchteloos probeert te vangen en op te peuzelen. En dan maar hopen dat hij het opgeeft en verder je andere duiven met rust zal laten.

Duiven met een harnas. Gekker moet het niet meer worden. Als de roofvogel enkele keren vruchteloos probeert om dergelijke duif te slaan, geeft hij het misschien op… En echt, 1 april is al voorbij! (Beeld: AliExpress)
Misschien heb je zelf nog ideeën of weet je van nog andere (on)doeltreffende methodes…
Al bij al dus weinig effectieve en blijvende afschrikmiddelen!
Wat er wel helpt
Ik voel dat je nu vol hoop verder leest… maar ik weet het ook niet.
Toch een voorzichtige poging…:
Geen duiven laten rondslenteren op het dak, snel binnenroepen als ze vallen;
De piekperioden van de roofvogelaanvallen zoveel mogelijk vermijden: september en februari-maart. Maar precies na de winter wil je de binnengebleven duiven terug uitlaten en conditie en vlieglust laten opbouwen…;
En over conditie gesproken: de ervaring leert dat ervaren duiven in goede conditie zich minder snel laten pakken: ze zijn alerter, vlugger en wendbaarder. Duiven in mindere conditie, oudere (lees tragere?) duiven en zeker jongen die nog de omgeving aan het verkennen zijn, zijn meestal iets makkelijker prooien;
Rijden met de duiven en ze snel binnenroepen als ze thuiskomen… ja hoe doe je dat als je alleen bent? En waterdicht is het niet: nog niet zo lang geleden liet ik een ploegje duiven trainen van pakweg 5 km ver. Eentje moet nog komen en haar ring (en poot) werd ’s anderendaags “aangemeld” op 2 km van hier;
De duiven pas tegen de avond uitlaten in de hoop dat de roofvogel dan al verzadigd is en misschien al aan zijn nachtrust denkt. Met veel vliegploegen is dat natuurlijk onwerkbaar;
Het dagritme laten variëren zodat de roofvogel niet weet wanneer bij jou de tafel gedekt staat. Zelf ook attent zijn voor het dagritme van de roofvogels in je omgeving en daar rekening proberen mee te houden.
En ondertussen: vingers kruisen, wonden likken en hopen dat de schade beperkt blijft. Op de politiek, ministers in onderbroek en Natuurpunt zou ik niet te veel rekenen. Op de NPO en de KBDB des te meer? We durven het hopen!
Wat wij niet vragen:
- Wij vragen niet dat de roofvogel zou verdwijnen of “vogelvrij” verklaard zou worden…
- Wij vragen niet of we voortaan de roofvogel zomaar mogen afknallen…
- Wij vragen niet of we de roofvogels mogen vangen en… je weet wel…
- Wij vragen zeker geen premies voor het binnenbrengen van een roofvogelpoot!
Wat we wel vragen:
- Respect voor de duivenliefhebber en zijn dieren;
- Een gelijkwaardige behandeling en bescherming van roofvogels en postduiven;
- Respect voor de duivensport die het statuut van immaterieel erfgoed meer dan verdient;
- Meer begrip voor de relatie tussen de liefhebber en zijn duiven, een relatie die echt niet vooral financieel is;
- Een besef dat duiven al duizenden jaren geen exoten meer zijn;
- Eens nadenken over de promotiewaarde van de Belgische duivensport wereldwijd. België heeft wellicht niet meer het monopolie van de beste duiven ter wereld, maar de reputatie van “bakermat van de duivensport” zal nog heel lang overeind blijven. Wereldwijd gaan zowat alle beroemde rassen van postduiven terug naar Belgische voorouders.

Daarvoor kweken wij ze toch niet. Hoeveel sneuvelen er zo elke dag?
Wat we nog vragen:
- Dat de natuurvrienden ophouden met ons de mond snoeren met die brutale “Et alors…”;
- Dat de natuurvrienden ophouden te denken dat alleen zij van de natuur houden, dat alleen zij weten hoe het moet;
- Dat de natuurvrienden ophouden met de roofdieren te verheerlijken als de behoeders van het natuurlijke evenwicht. Met de vossen hebben we gezien waartoe dat kan leiden. En is het trouwens dankzij dat vermeende natuurlijke evenwicht dat we vandaag op veel plaatsen nog nauwelijks zangvogels en andere kleine vogels tellen op “vogelteldag”?
- Dat de natuurvrienden ophouden met het plaatsen van nog meer nestkasten voor roofvogels;
- Dat de natuurvrienden stoppen met de kijkers van de webcams de illusie voor te houden dat ze een wereldwonder meemaken dat de planeet en de natuur zal redden;
- Dat de natuurvrienden ophouden met de overlast van stadsduiven en verwilderde duiven in de schoenen te schuiven van de goed menende duivenliefhebber. Wie een beetje weet hoe een rassige duif er uitziet, zal die fout wel niet maken…
- Dat de natuurvrienden ophouden met het minimaliseren en marginaliseren van het roofvogel-”probleem” voor duivenliefhebbers. Het is al lang niet meer accuraat te zeggen dat slechts 14% van duivenverliezen door de roofvogel komen… De werkelijkheid heeft de studies van 2004/2015 al lang achterhaald.
Tot slot
Het is een waanidee te denken dat roofvogels en andere roofdieren voor een natuurlijk evenwicht gaan zorgen. In een verstedelijkt en dichtbevolkt land is niet genoeg ruimte om een overvloed aan ‘beschermde’ roofdieren – wolven, marters en roofvogels – een onbegrensde populatie en habitat te verlenen.
| Willen jullie dieren beschermen? Wij willen dat ook, onze duiven zijn immers ook dieren. |
[Disclaimer: de artikelen in de reeks “Het Ei van Columbus” claimen geen wetenschappelijke onderlegdheid of autoriteit. De inhoud geldt ook zeker niet als juridisch, medisch of voedingsadvies.]
Auteur:


