Liefhebber:
Onderwerp:
Mol – Dat professionele duivenhokken vandaag de dag steeds meer een bepalende rol opeisen, kan haast door niemand worden ontkend. Het is niet enkel de wijze waarop deze hokken hun kolonie versterken en uitbouwen, wat tot de verbeelding kan spreken. Tevens de manier waarop zij hun gevederde atleten begeleiden en klaarmaken voor de wedstrijden, is vergeleken met hobbyisten een wereld van verschil. Voor de gewone duivenmelker is het roeien met de riemen die hij ter beschikking heeft. Wanneer hij echter een “megahok” kan verslaan blijkt onze sport nog mooier dan ze is.
Toegegeven, het zijn vooral de professionele namen die ons kleine landje vandaag de dag op de kaart helpen zetten. De fantastische bloedlijnen in hun bezit en de constante lijn waarmee superuitslagen worden neergezet, blijven immers niet onder de internationale radar. In de reportage van vandaag belichten we nogmaals een gedeelte van de kolonie van Jan Hooymans die zich, van op het hok bij Gregory Bekaert te Mol, het voorbije seizoen in de schijnwerpers kon plaatsen.
Als hokmanager van Team Hooymans.BE heeft Gregory Bekaert het best naar zijn zin. Momenteel zit hij volop in de voorbereiding van het nieuwe seizoen, maar af en toe mag er nog genoten worden van al het mooie dat in 2025 passeerde. Want was 2024 reeds een topjaar, 2025 moest er niet voor onderdoen. Het Antwerps onderdeel van Team Hooymans mengde zich praktisch elke week in de regionale alsook nationale debatten. Naar het einde van het seizoen werd dit bekroond met nationaal goud op Bourges. Dat als kers op de taart een 1e Nationale Asduif met de jongen werd behaald, is een mooie erkenning, al werd hier op voorhand niet op gerekend. De focus ligt immers voornamelijk bij de jaarse en oude, met de vluchten van de kleine halve tot de grote fond. Wat de prestaties van deze seniors betreft, is Gregory meer dan content. Dat de jongen beter presteerden dan de jaren voordien, heeft volgens hem louter te maken met zijn andere aanpak. Wanneer de jonge garde in het verleden steeds een rustige buitengewenning werd gegund, heeft Gregory dat in 2025 op een andere manier laten gebeuren.
| 1e Nat. Asduif Allround jong KBDB 3e Nat. Algemeen Kampioen KBDB 5e Nat. Kampioen Grote Halve Fond oude/jaarse KBDB 5e Nat. Kampioen Kleine Halve Fond jonge KBDB 7e Nat. Asduif Grote Halve Fond jonge KBDB 8e Nat. Asduif Grote Halve Fond oude KBDB 8e Nat. Asduif Grote Fond jaarse KBDB 17e Nat. Asduif Grote Halve Fond jaarse KBDB 17e Nat. Kampioen Grote Halve Fond jong KBDB 18e Nat. Kampioen Grote Prijs KBDB |
Verandering
Wanneer iets goed gaat en steeds naar wens verloopt moet er niets gewijzigd worden. Aan de verzorging en begeleiding van oude en jaarse werd bijgevolg niets veranderd. Zoals momenteel, eigenlijk al vanaf midden januari, elke dag wel een groep naar buiten mag. Bijgevolg zijn ze begin maart gewoon aan de trainingen.
Als er iets gewijzigd werd was het bij de jonge duiven. Wanneer hij de jonkies de jaren voordien liet doen, zaten ze wekenlang, soms tot midden april, op het dak rond te slenteren, terwijl van vliegen niet veel in huis kwam. Vorig jaar heeft Gregory ingegrepen en heeft hij ze vanaf half maart verplicht om te vliegen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen en einde maart vlogen ze al een uur. Hierdoor is Gregory veel vroeger dan gewoonlijk kunnen beginnen met het lappen. Toen de eerste wedstrijd aanbrak was de jonge garde er klaar voor. Ze zijn er vanaf de eerste vlucht letterlijk en figuurlijk ingevlogen, met heel wat mooie uitslagen tot gevolg.
Pech
Niet alles is wat het lijkt, ook niet bij Team Hooymans. De buitenstaander ziet immers alleen de mooie kant van het succes. Gregory: “Heel vroeg in het seizoen ’25 werden al twee van onze beste vliegduiven verspeeld. Volgens mij is dat gewoon tegenslag en dat hoort nu eenmaal bij onze sport. Het blijft pijnlijk en het zijn feiten die je lang kunnen blijven achtervolgen. Maar wanneer dan uiteindelijk op het einde van het seizoen blijkt dat we op de grote halve fond 5e nationale kampioen oude/jaarse werden, worden de verliezen geminimaliseerd en voor een stuk goedgemaakt.”
Senioren
Voor volgend seizoen zitten er op het vlieghok plusminus 150 duiven, waarvan een derde voor de zware fond. De duivers komen enkel op nest om ze zo wat meer bakvast te maken. De duivinnen hebben allemaal een vaste duiver, maar krijgen eieren noch nest. Niets wordt echter aan het toeval overgelaten. Zo vindt Gregory het belangrijk dat de duiven allemaal een vaste partner hebben, die hen opwacht als ze thuis komen. “Niet dat ze er steeds onmiddellijk bij mogen, want dat varieert van duif tot duif en van vlucht tot vlucht. Maar als ze er echt bij willen, mogen ze dat. Een duif die enkele keren vroeg vliegt en op het hok niet vindt wat ze verwacht te vinden, zal mogelijk de derde keer minder gemotiveerd zijn en niet meer op tijd komen,” vertelt Gregory.
Tijdens de twee voorafgaande weken aan het vliegseizoen zitten de vliegduivers bij hun duivinnen en worden ze opgeleerd. Eveneens belangrijk voor Gregory is dat de duiven voor de zware fond nooit samen trainen met de halve fondduiven. Gregory: “Bij de fondvliegers zit er tijdens de training heel wat minder snee op, waardoor zij aan een meer gezapig ritme rondvliegen. Ik heb liever dat de halve fondduiven hierdoor niet afgeremd worden.
De hokken van de vliegduivinnen zijn een beetje
anders. Hiervan zitten de partners achter het hok van het vrouwvolk, waar in de achterwand een klein luik voorzien is, wat opengezet kan worden als ze bij elkaar mogen. Hier komt niet zoveel werk aan te pas en het is iets wat ze vrij vlug kennen.”
Junioren
“Dat ik zelf geen jongen dien te kweken, maakt het voor mij heel wat gemakkelijker. Hierdoor kan ik mij zonder andere beslommeringen volledig toeleggen op het vliegseizoen. De jonge duiven worden jaarlijks aangevoerd vanuit Kerkdriel, vanop de kweekhokken van Jan. Momenteel zitten er een 150-tal getrokken uit de dagfondduiven, in juni volgen er nog een stuk of 100 uit de marathonkwekers.
Aan huis zijn er de nooit aflatende aanvallen van de roofvogels waardoor gewoon uitlaten van de jonge garde niet altijd de beste optie is. Ik probeer er daarom steeds bij te blijven, maar dat kost heel wat tijd die ik niet aan andere dingen kan spenderen. Eenmaal ze goed trainen begin ik met opleren, mogelijk breng ik ze een 40-tal keer zelf weg voordat ze meegaan in de grote mand. Eerst volgens de vluchtlijn uit de goede richting en als ze dat goed kennen, los ik ze in westelijke richting.”
Nationale Asduif
“De juniors vliegen op de schuifdeur, waarbij ze op de dag van de inkorving tussen 13:00 en 14:00 uur samenkomen. Hoelang ze bij thuiskomst samenblijven, wordt op de halve fond bepaald door de zwaarte van de vlucht, bij de nationaals kan dat duren tot 10 uur ’s anderendaags.
De nationale asduif allround, ‘Kim’, behoorde zeker niet tot de paarlustige types. Meestal zat ze ergens op een schapje alles vanop een afstand te bekijken. Dat ze daarentegen wel gemotiveerd was om haar thuisbasis te bereiken, bewees ze o.m. met volgende uitslagen: Momignies 10/853, Montargis 5/289, Melun 3/281, Melun 3/521, Argenton 42/11.600 en Bourges 5/18.985.”
Met ringnr. NL25-1381422, heeft deze mooie blauwe duivin als vader de NL21-1302636, waarvan de oorspronkelijke bloedlijnen komen van bij Dirk Van Dyck en J.H. Hak. Moeder van ‘Kim’ is de NL19-1023412, met voor het overgrote deel het edele bloed van ‘Harry’ in haar aderen.
Nog een andere junior die het voortreffelijk deed is de ‘332’, die uiteindelijk 7e nat. asduif op de grote halve fond werd. Het betreft de licht geschelpte duivin met ringnr. NL25-1381332, met o.m. op Montargis 7/289, en 3 x op Bourges nationaal de 62/18.985, 67/21.502 en 201/13.213. Haar vader is de ‘Kleine Harry’ met ringnr. NL21-1301144. met o.m. 1e nat. La Souterraine 6761 d. op zijn palmares. De moeder is ‘Mariebel’, NL22-8559391, zij won o.m. 1e nat. Châteauroux 2354 d.
Toppers
Dat de oude en jaarse duiven het voortreffelijk deden, willen we graag onderstrepen door enkele van deze krachtpatsers voor te stellen.
De NL23-9407341 is een prachtige licht geschelpte doffer, die zich met zijn prestaties kroonde tot beste Belgische Argentonvlieger over de laatste twee seizoenen samen. Dit jaar versierde hij op Argenton I prov. de 1/1597 d. Zijn vader is de NL20-1609548, getrokken uit twee supers, nl. ‘New Harry’ x ‘Alexia’. Moeder van de ‘341’ is NL19-1011451, topkweekster en dochter van het koppel ‘Golden Prince’ x ‘Ariëlle’.
Daarnaast is er ‘Sara’, de halfzus van de ‘341’, die op de laatste Bourges van 2025, (nat. de 1/1622 d.) met de bloemen aan de haal ging. Uiteraard is ook zij een meer dan voortreffelijke atlete. Deze licht geschelpte duivin met ringnr. NL24-8505173 heeft dus als vader de eerder genoemde NL20-1609548, maar nu gekoppeld met NL21-1302312, een dochter van ‘Zoon New Harry’ x ‘Celest’.
Ten slotte willen we het nog even hebben over de 8e nat. asduif grote halve fond bij de oude. Het betreft de NL23-9407264 die de naam ‘Madeleine’ meekreeg. Dat ze voor deze titel mocht meedingen, zegt al genoeg. Met kopprijzen, zowel op de snelheid als grote halve fond, bewijst ze tevens van beste komaf te zijn. Deze blauwe duivin werd getrokken uit de NL17-1411270, ‘Baron Magnum’ gekoppeld met NL18-5002726, een dochter van ‘New Harry’ x ‘Zus Harry’.
Conditie
We schreven al vaker dat Gregory niets aan het toeval overlaat, doch dit moet simpel en zo kort mogelijk aanleunend bij de natuur uitgevoerd kunnen worden. Om te beginnen noemt hij zichzelf een lookman en de bollen look worden bijgevolg met kilo’s aangevoerd. Elke dag vers water waarin een bolletje look een dag en een nacht heeft kunnen trekken. Bij warm weer en vooral extreme warmte, wanneer de look kan gaan gisten, is zuiver water echter de beste optie.
Daarnaast krijgen de beestjes het nodige voedsel toebedeeld volgens het programma van Aidi, waarbij de eerste dagen van de week het voeder bevochtigd wordt met oliën, proteïnen en vitaminen. De fondduiven krijgen vooral omega-3-olie. Het voeder wordt eerst nog afgemeten met in de eetbak ’s morgens en ’s avonds een soeplepel, waarna doorgevoerd wordt tot ze genoeg hebben. In het begin van de week is het de mengeling Mix 1, de tweede helft van de week Mix 3. Afhankelijk van de zwaarte van de vluchten wordt er op woensdag ‘Super Kweek’ aan toegevoegd. De marathonduiven worden voor de wedstrijden klaargemaakt met Long Distance Mix.
|
1e Prov. Kampioen Kleine Halve Fond jonge KBDB 1e Nationaal Bourges VI 1622 oude |
Vrijheid
Gregory is op de eerste plaats een melker die zich puur voor de sport tot de duivenliefhebberij aangetrokken voelt. De kampioenenvieringen interesseren hem nauwelijks en enkel daar waar hij zich verplicht voelt, gaat hij naartoe.
Gregory: “Ook met de pedigrees ben ik niet bezig. Voor mij zijn het op de eerste plaats de duiven die tellen, papier vliegt immers niet. Het is Christian van de Wetering die instaat voor de gehele duivenboekhouding en daar ben ik niet kwaad om.
Voor mijn werk als soigneur krijg ik van Jan ‘carte blanche’ en dat is voor mij perfect. Bij twijfel mag ik Jan direct bellen. Moeilijke of belangrijke beslissingen worden steeds in samenspraak met Jan en Christian genomen.
Daarnaast ben ik toch wel een gezinsmens, alhoewel daar tijdens het seizoen niet veel van te merken is. Want wanneer tijdens de zomer mijn dag begint om 4u30 en eindigt als het donker is, hebben mijn gezinsleden niks aan mij. Maar eenmaal het seizoen voorbij, doe ik er alles aan om dat goed te maken en wil ik er zo veel mogelijk voor hen zijn.”
Afsluitend
Voor de medische begeleiding staan de duiven onder toezicht van dierenarts Karlo Van Rompaey. Er wordt niet blind gekuurd of zomaar wat aan de duiven gegeven. Gregory plant om de twee weken een controlebezoek in bij Karlo. Zolang er niets aan de hand is, blijft hij met medicatie van de duiven af. Ook voor de vaccinaties is er een vast stramien, de vliegduiven worden begin januari geënt tegen paramyxo en drie weken later tegen paratyfus om ze na een maand te behandelen tegen pokken. Bij de jongen mag het iets meer zijn, een eerste enting tegen paramyxo en rota, drie weken later paratyfus en nog eens drie weken later opnieuw paramyxo met rota. Net als bij de ouden volgt er bij de jongen ten slotte een behandeling tegen de pokken met het borsteltje.
Na heel wat nationale podiumplaatsen en vijf nationale zeges, is Team Hooymans na zes seizoenen doorgedrongen tot de top van de Belgische duivensport. Niet moeilijk om te voorspellen dat dit waarschijnlijk niet het eindstation zal zijn. Bij leven en welzijn, maar vooral bij een prima conditie van de duivenkolonie, zullen we weldra wel weer iets over dit tophok mogen schrijven.
Auteur:








