Liefhebber:
Herent – Afgelopen week gingen we op de koffie bij Derwa-Luxem. Altijd een fijne ervaring want Albert en Francine zijn hele warme mensen. Albert voert in groep zeker niet het grote woord, maar eens hij begint te vertellen ben je vertrokken voor een namiddag vol verhalen, meningen en entertainment, want hij is ook een absolute grapjas. Het werd dan ook een heel aangenaam gesprek over kippensoep, de koers, kruisbogen, slaapkamerperikelen en natuurlijk duiven.
Dit seizoen wint hij 4e Nat. Asduif snelheid oude. Op zich een heel mooie prestatie, op het palmares van Derwa valt dit echter in het niets. Hij won zowat alles wat er maar te winnen valt in de duivensport. Asduiven, Olympiadeduiven, nationale vluchten, kampioenschappen... Met 8 vermeldingen werd hij zelfs Gouden Duif-winnaar België, een fenomenale prestatie. Nooit echter is hij naast zijn schoenen gaan lopen. Altijd is hij zijn eigen bescheiden, voorzichtige zelve gebleven.
Wat zijn palmares echter nog indrukwekkender maakt is dat Derwa al heel zijn leven speelt met een beperkte ploeg. Afgelopen seizoen speelde hij met 3 oude en 9 jaarse duivinnen en voor volgend seizoen zitten er 4 oude en 8 jaarduivinnen klaar om zich te bewijzen. Albert is ontegensprekelijk een grootmeester met de kleine mand.
We worden, naar gewoonte, in Herent vriendelijk ontvangen door Francine. De grootmeester zit nog even op het kleinste kamertje. Na fijn enkele minuutjes bijpraten met de lady of the house verschijnt de grootmeester ten tonele. De eeuwige glimlach op de mond, die guitige ogen, zo kennen we hem. Hij zet zich neer, steekt van wal en de komende twee uur zal hij nooit stilvallen.
| 12-04 Soissons, Sector 2, 1307 oude & jaarse: 1, 2, 3, 4, 12, 13, 14, 27, 351 (9/12) 26-04 Soissons, Sector 2, 3733 oude & jaarse: 1, 2, 23, 44, 60, 63, 705 (7/11) 10-05 Soissons, Sector 2, 1732 oude & jaarse: 1, 2, 3, 42, 45, 47, 69, 76, 186, 274, 517 (11/11) 17-05 Soissons, 6-Verbond, 1292 oude & jaarse: 1, 4, 4, 6, 16, 41, 98, 117 (8/11) 21-06 Soissons, Sector 2, 1005 oude & jaarse: 2, 3, 4, 8, 23, 97, 198, 237, 244 (9/10) 05-07 Melun, Sector 2 & 3, 697 oude & jaarse: 1, 8, 9, 33, 38, 73 (6/9) 26-07 Momignies, Heverlee, 350 jonge: 1, 3, 4, 5, 6, 6, 8, 15, 16, 17, 18, 36, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 47, 81, 92, 94, 107, 141, 145, 153, 159 (27/36) 26-07 Toury, Sector 2 & 3, 425 oude & jaarse: 1, 2, 5, 30, 31, 137 (6/9) 30-08, Toury, Sector 2 & 3, 490 jonge: 1, 2, 3, 4, 5, 10, 12, 17, 18, 47, 59, 68, 81, 87, 111, 112 (16/28) 06-09, Melun, Sector 2 & 3, 1.064 jonge: 1, 2, 4, 9, 9, 11, 12, 24, 25, 26, 50, 51, 74, 76, 104, 130, 168, 177, 240, 242 (20/24) 16-09, Bourges, Nationaal, 1622 oude: 2, 16, 112, 176 (4/8) |
Ik moet just niks
DD: Albert, je hebt een 4e Nationale Asduif vitesse binnengehaald. Heel mooi, maar voor jouw doen zeker niet spectaculair, hoe zou je zelf je seizoen omschrijven?
Albert: Ik heb dit seizoen weinig nationale vluchten gespeeld. Ik heb te weinig duiven om iets te riskeren en niets is zo oneerlijk als nationale vluchten. Als je verkeerd ligt heb je van bij aanvang al geen schijn van kans om te winnen. Ik wil genieten en vroeg pakken. Als ik niet vroeg kan pakken, waarom zou ik dan risico’s nemen? Dan amuseer ik mij liever op de vitesse en de halve fond.
DD: En dat leverde je een 4e Nationale Asduif op.
Albert: Ja, maar eigenlijk kan me dat ook niet zoveel schelen hoor. Op 19 juli vloog ze haar laatste Soissons. Natuurlijk had ze nog veel kansen om haar coëfficiënt te verbeteren, maar ik heb ze, zoals gepland, doorgestoken naar de halve fond. Iedereen zei me dat ik zot was en dat ik moest doorspelen op de vitesse. Alle duiven gaan altijd mee op dezelfde vlucht, ik ga toch niet één duif spelen op de vitesse? Of de hele ploeg kort houden omdat er eentje hoog staat in de ranking?
Om het met de woorden van Wout (van Aert) te zeggen, ik moest just niks! Genieten van mijn duiven en mij amuseren, dat is het enige wat mij interesseert. Iedereen wil maar naar de fond, dat is ook commercieel interessanter, maar dat interesseert mij niet. Ik speel niet voor geld. Wij hebben geen kinderen en hebben alles wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Waarom zou ik dan risico’s nemen met mijn klein ploegje? Voor een extra titel? Wat heb ik daaraan, verkopen doe ik toch niet. Ik heb nooit mijn goeie verkocht.
De fond kost veel geld, het is extra werk en als ik dan ook nog eens geen kans maak om te winnen, waarom zou ik dan meegeven. Die massa-inkorvers, die moeten altijd meegeven. Wat moeten ze anders aanvangen met al hun duiven, ze moeten ze meegeven of ze moeten ze opeten! (lacht)”
DD: Het grote woord is gevallen, massa-inkorvers, het tegenovergestelde van Albert Derwa.
Albert: (lacht) Dat klopt, maar begrijp me niet verkeerd he. Ik heb niets tegen die mensen, integendeel. Ik bewonder hen dat ze daar zoveel tijd en energie kunnen in steken, maar het is niet mijn ding. Melkers als Willy Daniels en ik bewijzen al jaren dat je top kan spelen met een kleine korf.
Ik moet streng selecteren want ik heb maar beperkte ruimte, er kunnen er maar 12 op het vlieghok. Die mannen met veel duiven kunnen hun duiven meer kansen geven, ik niet. Ik weet zeker dat ik ooit al goei opgeruimd heb, maar dat zal toch een zeldzaamheid blijven hoor, want we kweken allemaal veel meer slechte dan goei. (lacht)
Maar zoals ik al zei, ik heb helemaal niets tegen die spelers. We hebben ze allemaal nodig, de kleine en de grote, de goeie en de slechte. Stel dat alleen de toppers meegeven en dan nog alleen met hun allerbeste, hoeveel duiven gaan er dan mee?
Daarom help ik mensen die minder goed spelen graag verder, we hebben die mensen ook nodig. Soms krijg ik wel eens te horen, ja maar Albert, ik kan mij niet versterken, ik kan jouw duiven niet betalen. Dan antwoord ik, je hebt mij nooit iets gevraagd. Ik heb niet veel duiven, dus ik kan niet veel weggeven, maar ik help met plezier iemand verder als ik kan.
Over helpen gesproken, via deze weg ook nog eens dikke merci aan broer Andre, die mij veel bijspringt op het duivenhok.
DD: Iedereen weet dat jij een voorzichtige speler bent, maar dat is niets nieuws, dat is altijd al zo geweest. Wat is er in al die jaren wel veranderd in je duivenspel?
Albert: Ik heb alles nog simpeler gemaakt en gemakkelijker.
DD: Geef daar eens wat voorbeelden van.
Albert: Ik speel enkel nog duivinnen, die zijn gemakkelijker en die kan ik iedere week spelen. Natuurlijk kunnen doffers het ook. Dat hebben ook mijn duiven in het verleden genoeg bewezen, “Invictus”, “Primo” en “De Zoon”, allemaal doffers, allemaal toppers. Maar ik kies nu dus voor de gemakkelijkere weg, daarom alleen nog duivinnen.
Mijn hokken zijn klein maar alles staat in functie van gemak. De doffers van de vliegduivinnen zitten in het hok ernaast en er is een tussendeur die ik maar open te zetten heb en ze kunnen samen.
Ze hebben allemaal een vaste partner, voor de vlucht komen ze een tijdje samen, het varieert hoe lang. Als ze thuiskomen zitten de doffers half bak en eens er een groot deel thuis is laat ik ze samenkomen. In het begin blijven ze een 4-5 uur samen en vanaf de halve fond mogen ze tot ’s anderendaags samen.
Duiven moeten gerust zijn
DD: Doe je verder nog iets extra ter motivatie.
Albert: Nee, simpel houden! Ik heb vroeger veel gedaan, maar dat haalt allemaal niets uit. Vroeger reed ik bijvoorbeeld 3-4 keer per week tot 70 km om ze te lappen. Dan moest ik ’s morgens om 5 uur beginnen om ze voor mijn werk gelapt te krijgen. Deed je al die moeite en plots begon het te regenen, dan stond je daar. (lacht) Nee, dat doe ik allemaal niet meer.
Nu wordt er met de jongen een 15 keer gereden tot maximum 20 km en daarna niet meer. Met de oude rijd ik 5 keer voor het seizoen en de laatste 2-3 keer krijgen ze dan ook hun partner te zien.
Mensen vragen mij vaak wat ik allemaal doe, maar als ik het dan vertel geloven ze het niet en denken ze dat ik dingen achterhoud. Ik zei al dat ze samen komen voor de vlucht, maar daar zit geen vaste tijd op. Iemand vroeg mij eens wanneer vliegen ze het beste, wanneer ze 5 minuten samen mochten, 15 minuten, 30 minuten...? Ik antwoordde hem, ze vlogen het best nadat ze 41 minuten samen waren gekomen. Hij keek me eerst raar aan en toen begon hij te lachen en had het ook door. Dat maakt allemaal niets uit!
Ik kom 5 minuten per dag op mijn hokken. ’s Morgens geef ik ze eten en daarna laat ik ze uit. De ondervinding leerde mij dat ze dan beter vliegen. Ze mogen trouwens vrij vliegen, maar als ze vallen moeten ze direct binnen. Daarna zitten de duivinnen heel de dag in de volière. Als je op de hokken komt zijn de duiven afgeleid en een duif moet gerust zijn. Stel dat jij op de slaapkamer je aan het amuseren bent met je vrouw en plots staat daar iemand in de deuropening naar jullie te kijken, wat doe jij dan? Dan stop je met wat je bezig bent (uw journalist valt even van zijn stoel van het lachen). Duiven zijn ook zo, als ik binnenkom stoppen die met wat ze aan het doen zijn en gedragen ze zich niet zoals ze zich anders zouden gedragen. Als je je duiven echt wil observeren dan zou je camera’s moeten hangen zodat ze niet doorhebben dat er iemand aan het kijken is.
DD: Over die slaapkamer zullen we verder maar zwijgen, maar je had het al even over voeding, wat geef je?
Albert: Ik geef al heel mijn leven Beyers en ik ben daar heel content van. Wat wel veranderd is, is dat ik het ook hier allemaal veel simpeler hou tegenwoordig. Vroeger had ik vier, vijf of wel zes verschillende zakken staan. Die dag kregen ze zoveel scheppen van dit en zoveel van dat en de volgende dat was dat dan weer anders. Nu geef ik enkel nog Galaxy Light, alle dagen hetzelfde en op de grond gooi ik gepelde zonnebloempitten, kemp en grit.
Die beestjes weten zelf heel goed wat ze wel en niet nodig hebben. Je merkt dat wanneer ze thuiskomen van een vlucht, dan eten ze de erwten omdat ze dan eiwitten nodig hebben, naar het einde van de week toe laten ze dat liggen. Ik doe ook niets over het voer. Elektrolyten, aminozuren en zo doe ik in het drinken. Jij vindt een steak ook niet lekker als ze daar poeders liggen over kappen!
De laatste maaltijd krijgen ze wat extra zonnebloempitten en kemp voor extra energie. Vroeger gaf ik ook pinda’s maar dat doe ik al lang niet meer. Willem (de Bruijn) leerde mij dat dit gevaarlijk kan zijn voor schimmels en zo. Dan zou je die al moeten gaan opwarmen in de microgolf (magnetron), daar begin ik niet aan.
DD: Wat geef je van bijproducten?
Albert: Zelfde verhaal, ooit van alles gegeven, maar steeds minder en minder. Nu geef ik eigenlijk enkel nog wat producten van Röhnfried, Avidress, Hexenbier en Blitzform. Dit laatste krijgen ze 1 week lang voor het seizoen en daarna tweemaal per week.
DD: We hebben het nog niet gehad over de kweek en over de jongen, kan je daar eens iets meer over vertellen!
Albert: Vorig seizoen heb ik 52 jongen gekweekt waarvan er nu nog een 30-tal overblijven en waar ik dus serieus ga moeten in snoeien. Ik heb hiervoor 14 kweekkoppels en ik kweek ook uit de vliegers. Voor het seizoen laat ik de vliegers een ronde leggen samenvallend met de tweede ronde van de vliegers. Begin augustus laat ik de vliegduivinnen dan nog eens op nest komen. Verdonkeren of bijlichten doe ik niet, de nest moet in de zomer hun motivatie zijn en de rui laat ik op natuurlijke wijze komen en eens het niet meer gaat, dan gaat het niet meer.
DD: Haal je veel duiven bij andere melkers?
Albert: Nee, niet veel. Natuurlijk moet je regelmatig vers bloed binnenhalen, zo heb ik wat duiven van Jan Hooymans en Paul Huls waar ik heel tevreden van ben. Maar zoals ik al zei, we kweken allemaal veel meer slechte dan goeie en ge kunt op een ander geen beter gaan halen. Niemand doet zijn beste weg en we weten ook niet welke de beste zijn.
DD: Vertel ten slotte nog eens wat over de medische begeleiding!
Albert: Ik wissel een beetje af met veterinairs, Raf Herbots, Schroeder en dr. Peeters. Als de duiven zes weken oud zijn worden ze gevaccineerd tegen paramixo-rota. De oude krijgen voor het seizoen een kuur van 6-7 dagen tegen tricho en momenteel ben ik bezig aan een tiendaagse kuur tegen paratyfus en daarna worden ze geënt, en dit herhaal ik begin van het seizoen.
Ik heb al jaren geen last meer van adeno en one eye cold. Gele druppels geef ik ook niet meer maar wel krijgen ze na thuiskomst altijd Total Desinfection en Tollyamin van Schroeder. Daarmee hebben ze eigenlijk alles gehad, dan moet ik niet verschillende producten gaan geven.
Hiermee sluiten we deze babbel af. We zouden nog uren kunnen doorgaan, maar we gaan hier ongetwijfeld nog moeten terugkomen en dan moet er ook nog iets te schrijven vallen. Altijd heerlijk babbelen met Albert. Altijd in voor een kwinkslag, altijd vriendelijk en bescheiden, niet op zijn mondje gevallen maar een bron van duivenwijsheid.
Laat ons afsluiten met een cliché want clichés zijn vaak gebaseerd op de zuivere waarheid. Albert Derwa, klein van gestalte, klein met zijn mand, maar een hele, hele grote mijnheer in duivenland.
Auteur:









