LUDO ENGELEN - Veelwinnaar met een kleine korf

Liefhebber: 

Kuringen – Met Ludo Engelen in de praatstoel, willen we aan de lezers een van de momenteel beste Limburgse duivenliefhebbers voorstellen. Sommigen zullen wellicht opperen dat hij woonachtig is in Hasselt en dat klopt voor een deel, want Kuringen is een deelgemeente van de provinciehoofdstad. Ludo woont in een redelijk met duivenmelkers bevolkt gebied, waar het met de naburige melkers kwaad kersen eten is. 

Zo wonen in de onmiddellijke omgeving o.m. Willy Vrancken, Eric Vrancken-Berden, Jo Vangeel en Ruben Hermans, om er maar enkelen te noemen. Wie op de wedstrijden deze hokken kan kloppen, staat ongetwijfeld vooraan op de uitslag. Ludo Engelen slaagt er geregeld in om zijn buren achter zich te houden, ten minste, zijn duiven zorgen daarvoor.

Degenen die Ludo slechts van op een afstand kennen, zouden kunnen denken dat hij reeds zijn hele leven tussen de duiven heeft geleefd, maar dat is niet zo. Ook dat Ludo een doorgewinterde melker zou zijn, wil hij zeker niet gezegd hebben, want met volgend jaar 15 seizoenen in de sport, is dat eigenlijk nog niet zo lang. En dan met een minimum aan duiven zulke fantastische resultaten neerzetten, vraagt toch om een woordje uitleg.

Ludo Engelen voor zijn hok.Fernand

Ludo: “Als kind heb ik wel enkele jaren met de duivenmelkerij te maken gehad, maar daar bleef het bij. Toen ik 45 jaar geleden getrouwd ben, heb ik meteen een duivenhok bij onze woning gezet. Dat heeft echter niet lang geduurd. De resultaten waren niet bevredigend en ik vond de gehele hobby te belastend voor mijn gezin. Ik heb mij dan o.m. beziggehouden met voetbal en uiteindelijk ben ik ook een aantal jaren actief geweest als visser. Wat de voetbalsport betreft, was ik ook nog gedurende acht jaar voorzitter van het plaatselijke VK Heide, toen nog aangesloten bij de Koninklijke Belgische Liefhebbers Voetbalbond. Met alles wat ik in mijn leven heb gedaan was er altijd wat succes mee gemoeid, hetgeen ook steeds mijn streefdoel was. Want als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik steeds graag wil winnen.
In 2012, ik was toen pas gepensioneerd, kwam ik mijn oude werkmakker Fernand Schroyen uit Heusen-Zolder tegen. Hij probeerde mij te overtuigen om terug met de duiven te beginnen. Zijn klare kijk en positivisme hebben blijkbaar gewerkt. Maar nog belangrijker was het feit, dat ik het met zijn duiven moest doen.
Niet veel later kon ik in de buurt een tweedehands hok afbreken, wat achter in mijn tuin terug opgebouwd werd. Nadien leverde Fernand mij de eerste duifjes en dan is het snel gegaan. Het succes liet niet lang op zich wachten en van meet af aan deed ik mee met de besten. Maar toegegeven, Fernand behoorde met zijn kolonie op dat moment al langer tot de Limburgse top van de duivensport.”

Asduiven

“Ik kon mij zowat jaarlijks plaatsen voor de nationale kampioenschappen op de snelheid en vanaf 2019 heb ik mij elk jaar tussen de eerste tien asduiven op de snelheid of halve fond geklasseerd. Dit jaar was mijn beste seizoen ooit. Met in het lokaal De Pijl te Kermt 45x de 1e prijs en alles bij elkaar, klein en groot gewestelijk, 86x de 1e prijs. Maar nationaal win ik dit seizoen niks. Enerzijds door verschuivingen in de kalender, met een hafovlucht die afgelast werd en waarbij de in de plaats gekomen vitessevlucht niet meetelde voor de kampioenschappen. Anderzijds was er het deelnemersveld waarbij een te klein aantal duiven voor een minder goede coëfficiënt zorgde.
Het is met die asduiven dat ik de basis van mijn huidige kolonie heb gelegd. Hier en daar is er wel iets bijgekomen, maar het is van Fernand Schroyen dat ik steeds het beste van het beste heb gekregen. Het is immers met ‘de goei’ dat ge het moet doen, anders lukt het niet. Zo heb ik ook enkele jaren samen gekweekt met Willy Vrancken, hetgeen ook mooie resultaten gaf.” 

De goeie dus

Na de start met Fernands duiven, bleek de duivenhobby minder moeilijk te zijn dan Ludo dacht. Hij realiseerde zich dat je om mee te kunnen doen, vooral goeie duiven moet hebben. Maar tevens had Ludo aan Fernand een gedroomde mentor die hem de kneepjes van het vak leerde. 
Fernand had nooit anders gedaan, dan steeds op zoek te gaan naar nog betere duiven dan hij al had. Onder het motto ‘stilstaan is achteruitgaan’, probeerde hij elk jaar wel iets goeds bij te kopen. Dat deed hij vaak op de verkopingen van De Duif, hetgeen hem door de jaren heen geen windeieren heeft gelegd. Daarnaast zaten er in 2012 o.m. prijsbeesten die kwamen van de hokken van Ivan Stockmans (Lummen), Jules Lens (Putte) en William Geerts (Schilde). Alles bij elkaar een kwaliteitsvolle kolonie die in 2019 met het toevoegen van duiven van Jan Hooymans nog een extra injectie kreeg. Een boost die ook op het hok van Ludo zijn weerslag had. Want elk jaar verhuist er nog steeds een kleine groep jongen naar Kuringen.
Dit alles wordt bevestigd wanneer we de pedigrees van Ludo’s beste duiven, meestal asduiven, ter hand nemen. We zien veel bekende namen die via de bijgehaalde duiven, in de kweekstal van Fernand, door de jaren ingebracht werden. Ook zit er een klepper bij, B19-5079702, o.m. 3e Nat. Asduif 2020, die Ludo trok uit de B10-5123049 (een doffer van Fernand) gekoppeld met de B16-2238102, een duivin uit de allerbeste bloedlijnen bij Willy Vrancken. Dit geldt ook voor de B21-5045267 (1e prijs Melun en 5e Nat. Asduif hafo 2022), die Ludo kweekte uit de B17-5124717 x B15-2202365. Deze laatste voor de helft afkomstig van Willy Vrancken.

Kleine korf

Dat Ludo van de beste gevederde atleten heeft, kunnen we elke week vaststellen bij het inkijken van de duivenresultaten. Maar wat eveneens ongewoon opvalt, is het kleine aantal ingezette duiven van deze kampioen.
Ludo: “Ik heb niet graag veel duiven, dat gaat me niet goed af en bovendien zijn er ook zo weinig goeie. Daarnaast ben ik heel streng, reeds van bij de jongen. Al ze twee à drie keer te laat komen, dan mogen ze komen uit de allerbeste ouders, dan is hun krediet zo goed als op. Ik moet zeggen dat ik dan niet lang aarzel en de mindere duifjes vrij snel van het hok haal. Van de 60 jongen die er dit jaar werden getrokken, blijven er nu 6 duivers en 6 duivinnen zitten. Mogelijk ook omdat ik niet zoveel plaats heb, maar het is zo dat ik het graag heb. In totaal beschikte ik het voorbije seizoen over 8 kweekkoppels en op de vlieghokken 5 jaarse en 2 oude weduwnaars alsook 8 duivinnen die ik vooral op de hafo heb gespeeld. Hierbij geraak ik heel weinig duiven kwijt, misschien een gevolg van het feit dat ik streng selecteer.” 

De hokken van Ludo Engelen in Kuringen.Systeem Fernand

Momenteel is alles heel rustig op de duiventil van Ludo en verblijven zijn gevederde vrienden dag en nacht in de volières die zich voor de hokken bevinden. Enkel voor de eenmalige voederbeurt mogen ze een keer per dag naar binnen. De ruiperiode is daarmee de rustigste tijd van het jaar. Binnen enkele maanden komt hier met het kweekseizoen echter snel verandering in.
Dan is het de beurt aan het gekende koppelschema van Fernand Schroyen, waarbij rekening gehouden wordt met de stand van de maan en ook dit wordt bij Ludo toegepast. Dit jaar zal er bijgevolg vroeger dan anders, omstreeks 20 november, worden gekoppeld. Zowel de kwekers als de vliegduiven worden dan samengezet en na een dag of vijf broeden worden de eieren van de kwekers onder de mindere vliegduiven gestoken. De kwekers worden gescheiden tot de volgende vollemaanstand en dan opnieuw gekoppeld. Zo heeft Ludo toch een mooi aantal jongen van de eerste en tweede ronde, waar weinig leeftijdsverschil in zit. 
Het fluiten bij het voederen leert Ludo al aan wanneer de jongen nog in het nest liggen. Als de jonkies een dag of 17 oud zijn verhuizen ze samen met de nestschotels naar de vloer van het hok. Het is vanaf dan dat ze reeds veel leren, voegt Ludo hier nog aan toe.
Ludo: “Eigenlijk zie ik mezelf een beetje als een luie liefhebber, want zoals andere clubgenoten in de zomer, ’s ochtends al om zes uur op post zijn, ben ik niet. Wel poets ik elke dag de hokken en ben ik heel stipt met de trainingen en het voederen van de duiven. Langs de andere kant probeer ik de beestjes ook niet te pamperen. Ik kijk niet zo rap naar het weer, is het wat te donker of een klein beetje nat, hou ik ze toch niet binnen. Wat de opleiding van de jongen betreft, heb ik evenzeer weinig compassie. Zo zet ik elk jaar de jongen een dag of vijf in de grote mand om te leren drinken. Dit jaar heb ik de korf zelfs in de zon gezet opdat ze zeker dorst zouden hebben. Daarnaast zal ik ze bij warm weer ook niet te snel thuishouden, ze moeten ook onderweg leren drinken.”

Voeder en meer

“De voorkeur gaat uit naar de mengelingen van Versele-Laga met voorop Champion Plus, aangevuld met Superdieet van Beyers. Als ze thuiskomen krijgen ze steeds goed eten, zeg maar de plusmengeling. Op zondag is het enkel superdieet en op maandag half Champion half dieet. De dag nadien krijgen ze weer enkel Champion Plus in de voederbak. In het water gaan bij thuiskomst elektrolyten en Belgasol van De Weerd.
Er wordt gespeeld op klassiek weduwschap waarbij alle duiven een thuisblijvende partner hebben, de jongen gaan de korf in op de schuifdeur. Aanvankelijk trainen de weduwnaars, de duivinnen en de jongen allemaal apart. Doch éénmaal dat bij de jongen de geslachten gescheiden zijn, laat ik eerst de oude met de jonge duivers samen en daarna pas alle duivinnen uit. Dit bespaart mij uiteraard heel wat tijd en misschien nog belangrijker is, dat een grotere groep duiven veel beter traint.
De gezondheid van de beestjes probeer ik zelf onder controle te houden. Als ik denk dat er iets aan de duiven mankeert, wordt keelslijm of mest onder de lens van mijn eigen microscoop gelegd. Dit jaar heb ik dat eigenlijk niet moeten doen, want de conditie was week na week op peil. Wel gebruik ik de gele druppels en zowel voor de inkorving als na de vlucht krijgen ze allemaal een druppel in de bek.
De vaccinaties verlopen zoals op de meeste ander hokken met paramyxo-rota en een enting tegen pokken, die ik volgend jaar terug met het borsteltje wil doen. Tevens zal er dit jaar gevaccineerd worden tegen paratyfus, waarmee ik mij alleszins meer op mijn gemak ga voelen.”

Tot slot

Tot daar Ludo Engelen, een liefhebber die reeds jaren tot de betere van Limburg behoort en nu zijn status van kampioen in een reportage bevestigd ziet. Een dikke proficiat is hier zeker op zijn plaats, met of zonder nationale asduif, want uiteindelijk is het gehele seizoen belangrijk. Immers om wekelijks met topduiven in de schijnwerpers te staan, heeft men een brede basis nodig, meerdere duiven die kop kunnen vliegen. En blijkbaar zitten die in de kleine vliegploeg van Ludo. In het lokaal van Kermt zullen ze dit alleen maar kunnen bevestigen. Tot de volgende!

 

Auteur: 

Zircon - This is a contributing Drupal Theme
Design by WeebPal.