FREDDY & JACQUES VANDENHEEDE - 2x 1e Nat. Kampioen en 2x 1e Nat. Asduif 2026
Was ik een duif op het hok bij Freddy en Jacques Vandenheede, mijn kopje lag al op het kapblok. Ik werd verwacht rond 10.00 uur maar het werd uiteindelijk 10.37 uur om precies te zijn, voor ik halthield aan in Zingem. Ik was nochtans tijdig ‘gelost’ maar wegenwerken, ongevallen en wat mist zorgden voor de nodige vertraging.
Een duivin zat er niet te wachten op mij, maar wel twee vriendelijke gastheren: Jacques en Freddy Vandenheede. Freddy, de man die alles wil winnen, maar die in levensjaren wel met een voorsprong van 15 jaar geklopt werd door zijn ‘stillere’ broer Jacques.
Ik moet toegeven: ik was met de nodige vooroordelen naar daar afgereisd. De gebroeders Vandenheede staan nu eenmaal niet bekend als liefhebbers die met een handvol duiven spelen. Integendeel. We kunnen ze catalogeren onder de noemer massa-inkorvers. En laat ons eerlijk zijn: die omschrijving wordt niet altijd als compliment bedoeld.
Maar achter indrukwekkende nationale titels en grote aantallen ingekorfde duiven schuilt ongetwijfeld een verhaal. Hoe denken Jacques en Freddy over de duivensport? Welke aanpak hanteren ze, welke keuzes maken ze en wat kunnen andere liefhebbers daaruit leren?
Met deze reportage wil ik de werkwijze, de inzichten en de visie van beide broers beter leren kennen en verduidelijken. Zonder vooroordelen, maar met een open blik en de nodige nieuwsgierigheid.
Ik hoop dan ook dat u iets kunt opsteken van dit bezoek. Want achter de nationale kampioenen schuilen niet alleen winnaars, maar ook mensen met een eigen visie, overtuiging en methode.
Zoveelste unicum! Viermaal 1e Nationaal Kampioen in hetzelfde jaar. Verdere KBDB-rangschikkingen (top 5) 2026 |
De pragmaticus: denken in oplossingen, niet in problemen
Freddy vangt aan: “Vele nieuwe zaken zijn toevallig of uit noodzaak ontstaan maar wel steeds beredeneerd. Soms lukt dat, soms ook niet. Wat ik afgeleerd heb, is zomaar nadoen wat anderen doen. In duivensport doen allerlei verhalen de ronde die zomaar voor waarheid aangenomen worden.
Een voorbeeld. Ik ben nu pas terug uit verlof. De bedoeling was om een roadtrip te doen, helemaal Frankrijk door. Dat is uiteindelijk wat anders uitgedraaid, niet omdat we te lang aan het zwembad gelegen hebben, maar omdat er zoveel te doen en te zien was.
Zo kwamen we ook in de Rhônevallei. Ik wou met eigen ogen zien en controleren wat er klopte van het verhaal dat de duiven, eens ze in die vallei zitten, er niet meer uit raken. Ik ben zelf nog nooit in de buurt van de Alpen geweest dus ik kon me van die bergen ook geen echte voorstelling maken. Maar eerlijk gezegd, dat viel best mee. Zo hoog zijn die bergen nu ook weer niet dat een duif er niet overheen zou kunnen vliegen. Er is daar inderdaad wind maar die voelde helemaal niet zo krachtig dat die een obstakel voor een gezonde, getrainde duif zou vormen. Ik heb er zelfs een filmpje van naar mijn broer gestuurd. Mijn eerste conclusie was dus ook: ‘dat is ook weer een fabel die we naar de prullenmand kunnen verwijzen’. Tot... de tweede of de derde dag de mistral de kop opstak. Geen wind zoals wij die hier kennen, maar een kracht die als het ware de broek van uw lijf waait. Een bijzonder krachtige wind, gevormd door bepaalde weersomstandigheden, die de duiven werkelijk de vallei indrukt. En toen begreep ik het verhaal plots een stuk beter. Onder die omstandigheden wordt het inderdaad bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk, om uit die vallei te ontsnappen.”
De nieuwe liefhebber
“Wij zijn totaal andere liefhebbers dan tien à vijftien jaar geleden. Onze huidige mindset - handeling van duiven - is compleet veranderd. Mijn broer en ik doen nu alles, maar dan ook werkelijk alles, anders. Zou je mij tien, vijftien, of zelfs maar vijf jaar geleden verteld hebben over hoe we de zaken vandaag aanpakken, dan was ik waarschijnlijk over voetbal, het gras afrijden of eender wat anders begonnen.
Wij komen uit de tijd waarin wij dachten dat je nog moest ‘geven’ of dat je er anders niet aan te pas kwam. Alleszins, zo werd het ons door iedereen ingeprent. Het seizoen begon en eindigde, en al wat daartussen lag, stond in het teken van medicatie.
Druppelen. Elke duif werd hier elke dag gedruppeld, vijf dagen per week. Zonder kon immers niet.
Hygiëne. De hokken werden hier elke dag gepoetst. Alles stipt op tijd. Duivers bij duivinnen en omgekeerd: alles volgens een strak schema, tot op de minuut gechronometreerd. O wee als je daar ergens ook maar een minuut of millimeter van afweek. Een deftige prijs spelen kon je dan wel vergeten.
Mettertijd lees en hoor je dan wel eens van liefhebbers die het anders aanpakken. Maar wat moet je daar dan mee? Catalogeren onder de noemer ‘gazetten- of cafépraat’? Of zijn het melkers die gewoon met de rest meedoen omdat het ‘bon-ton’ is om net dat dan te doen?
Ik ben daar anders over gaan denken. Ik geloof alles wat ze zeggen, ik ga erover nadenken, ik ga het eventueel proberen en dan zie ik wel welk het resultaat is.”
Heb je het al eens geprobeerd?
Het is een verhaal dat Freddy al dikwijls opgedist heeft. Tijdens een van de Habru-duivendagen zat hij samen met Willem de Bruijn in een panel. Gert-Jan Beute was moderator. Op een bepaald moment vertelde Willem dat hij afgelopen jaar van zijn beste duivin ongeveer twintig jonge duiven gekweekt had. Het bleef even stil in de zaal. Uiteindelijk stelde iemand toch de vraag: “Die laatste zijn dan voor op de kweek?”
“Nee, die worden allemaal gespeeld dit jaar.”
Gemompel, geroezemoes (‘wat voor zever verkondigt die nu?’) in de zaal. Tot toch iemand hardop durfde te zeggen: “Ik geloof dat niet!”
Willem de Bruijn antwoordde gevat: ”Meneer, je moet mij niet geloven. Maar heb je het al eens geprobeerd? Nee? Dan kan je er ook niet over meepraten. Probeer het eens en kom volgend jaar terug.”
Het is iets wat Freddy altijd bijgebleven is. Hij herkent dezelfde scepsis wanneer hij vertelt hoe Jacques en hij vandaag met hun duiven omgaan. “Hoe dikwijls wij de opmerking krijgen: ‘Duiven elke week spelen? Dat kan niet.’”
Freddy: “Heb je het al geprobeerd?”
Ongelovige Thomas: “Nee. Ik durf niet. Ik ga ze allemaal kwijt zijn.”
Freddy: “Nee, jij denkt dat je ze allemaal gaat kwijt zijn. Maar heb je het al geprobeerd?”
En daarmee is het gesprek meestal afgelopen.
Toch leert de ervaring van Jacques en Freddy hun iets anders. Wanneer andere liefhebbers hun aanpak uiteindelijk zelf durven uitproberen, moeten ze achteraf vaak toegeven dat hun duiven veel meer aankunnen dan ze aanvankelijk voor mogelijk hielden.
| Uit De Duif van 22-01-2014: zoek de verschillen met 2026 Topduiven missen zelden. Wij spelen om te winnen. Deelnemen is belangrijker dan te winnen? Dat staat niet in ons woordenboek. Leg de oorzaak van de nederlaag niet bij een ander. Wij kicken op wat een ander nog niet heeft (wij willen records neerzetten). Je mag/moet ambitie hebben. Met één duif iets proberen is te weinig. Wanneer je iets probeert, doe dat met je goeie. Als de melker oké zit, gaat hij echt wel kunnen volgen. Denk niet in problemen maar in oplossingen. Als je kritiek wil geven, moet je zelf in de organisatie gaan zitten. |
Medicatie
Wat Jacques en Freddy zeker niet beweren, is dat ze alles wat ze vroeger deden afgezworen hebben. Je moet het kind niet met het badwater weggooien. Ook medicatie heeft nog altijd haar plaats op hun hokken, al is de manier waarop ze ermee omgaan door de jaren heen grondig veranderd. Het is een noodzakelijk kwaad geworden dat ze zoveel mogelijk proberen te beperken.
Wat ze wel zien, is de regelmaat. Freddy vertelt: “Wanneer het seizoen met de oude duiven start en het vanaf de eerste wedstrijd bingo is, dan blijft dat zo voor de rest van het seizoen. Dan zijn ze van de eerste keer vertrokken en dan moet er niets meer gegeven worden. Dit jaar was zo een jaar.
Met de jonge duiven ligt dat wel anders, daar lukt dat niet. Ook die kunnen fantastisch starten maar die krijgen altijd wel een dipje, een terugval. Alleszins, op onze hokken is dat zo. Of dat op andere hokken ook zo is, weet ik niet.”
Coccidiose? Ja, maar dan tussen jullie oren
Wat betreft het ‘blind’ kuren, heeft Freddy nog een mooie anekdote.
“De enkele ondersteunende producten die we verstrekken, komen van bij een bekend veearts. Op een bepaalde dag besloten we om ook wat meststalen mee te nemen om te laten onderzoeken op coccidiose. Het was immers toch al een tijdje geleden dat we daar nog tegen gekuurd hadden.”
Het resultaat was negatief maar Freddy en Jacques hadden toch sterk hun twijfels. De veearts aanhoorde hun twijfels en controleerde de meststalen nog een keer. En kwam dan tot de conclusie dat er toch coccidiose aanwezig was: “Maar niet bij de duiven,” lachte hij, “tussen jullie oren.”
Er volgde overleg tussen de twee broers. “Gaan we het riskeren om ze niet te kuren?” Jacques is de man die dan het been stijf houdt. Er werd niet gekuurd, de resultaten bleven gelijk. Routinematig kuren tegen coccidiose behoort sindsdien tot het verleden.
Weet u nog? Geloven, nadenken, proberen.
Schooldirecteur
Voor zijn pensioen was Freddy schooldirecteur in een van de lagere scholen die Zingem rijk is. Een vergelijking met de duivensport is snel gemaakt. Freddy vertelt:
“Na enkele maanden had ik het begrepen. Het was een voortdurend opbod tussen die verschillende scholen. Die doet dat, wij moeten dat ook doen. Zij doen dat, wij gaan dat ook doen. Zij zo, wij ook. Iedereen keek naar elkaar en holde achter elkaar aan. Op een bepaald moment heb ik toen mezelf de vraag gesteld: ‘Wie zijn wij? Waar staan wij voor?’ En van daaruit vertrek je dan.
Jacques en ik vertrekken ook vanuit onze eigen gedachtegang. Iemand anders hoeft ook niet datzelfde te denken of ermee akkoord te gaan. En geleidelijk aan is zo onze ganse instelling veranderd. Wij toetsen alle beslissingen die we nemen aan mekaar af. Maar dan ook werkelijk alles. Wij hebben een heerlijke samenwerking.”
Na ons gesprek leek het mij alsof Freddy de man is die met nieuwe inzichten komt aandraven maar dat Jacques de uiteindelijke goedkeuring geeft, dat hij zelfs de doorduwer is. Freddy geeft het zelf ook aan: “Jacques is mijn steun en toeverlaat.” Of vrij vertaald: achter elke sterke Freddy staat een sterke Jacques.
| Door de jaren heen (sinds 2013) 1e Nat. Kampioen Fond oude 2026 1e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2026 1e Nat. Kampioen Fond oude 2020 1e Nat. Kampioen Fond oude 2018 1e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2014 1e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2013 2e Nat. Kampioen Fond oude 2024 3e Nat. Kampioen Fond oude 2025 3e Nat. Kampioen Fond oude 2019 4e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2020 4e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2015 5e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2021 6e Nat. Kampioen Fond oude 2015 8e Nat. Kampioen Fond oude 2014 10e Nat. Kampioen Fond jaarlingen 2019 11e Nat. Kampioen Fond oude 2023 |
Kuisen en de evolutie met het duivinnenspel
In de winter worden de hokken dagelijks gekuist. Maar zodra het warmer en droger wordt, komt er een moment waarop Jacques en Freddy beslissen om daarmee te stoppen. “Let op,” benadrukt Freddy. “Ik kan daar ongelooflijk gelukkig van worden wanneer ik ergens op een hok kom dat netjes gepoetst is. Maar tijdens het vliegseizoen doen wij het niet. De reden? In eerste instantie: tijdsgebrek. Aan ons systeem hangt geen enkel voordeel vast, behalve dan dat de duiven er zich goed bij voelen.”
Er is geen vaste datum waarop plots gestopt wordt met kuisen. Meestal valt die beslissing wanneer alle hokken vol zitten en het werk te omvangrijk wordt. Ze zijn met dit systeem eerst bij de jonge garde gestart. De focus lag immers meer op het spel met de oude duiven. De prestaties noch de gezondheid van de jonge duiven leken eronder te lijden. Het jaar nadien bleven ook de verblijven van de weduwnaars een vliegseizoen lang ongekuist. Ook hier bleven de prestaties op peil. Op dat ogenblik werd er definitief besloten om de hokken tijdens het vliegseizoen niet meer te poetsen.
Van het poetsen naar het duivinnenspel, dat in de loop der jaren ook enorm veranderde, bleek vervolgens slechts een kleine stap. Dat onderwerp kwam vanzelf ter sprake toen ik Freddy vroeg waarom de bakken van de duivinnen vroeger wel werden gekuist, terwijl die van de duivers ongemoeid bleven. Intussen worden ook die duivinnenbakken niet meer gepoetst.
Freddy legt uit: “In het begin hadden de duivinnenbakken een systeem met ‘drengels’, waardoor de duivinnen wel in hun bak konden maar eens erin, opgesloten bleven. De bakken moesten toen wel gekuist worden, anders vielen de drengels niet terug.” Dat bleek een systeem dat werkte zolang Freddy voldoende tijd had om bij de duivinnen te blijven. Precies daar wrong het schoentje. Als schooldirecteur moest Freddy dikwijls vroeg op school zijn en lang blijven. Hij kreeg dan ook veel hulp van zijn moeder. Voor haar was het echter niet evident om alle duivinnen in de juiste bak te hebben. Er werd gezocht naar een oplossing.
Na het voederen werden de bakken opengezet, er werd wat snoepzaad in de bak gegooid, de duivinnen vlogen naar hun bak en de bak werd afgesloten. Je moest in het begin wel voorzichtig met de duivinnen omgaan.
Tot ze het systeem goed begrepen. “Dan vlogen die duivinnen in hun bak en bleven daar zitten wachten tot hun bak gesloten werd.”
Maar het werk dwong hem nogmaals tot een andere aanpak. “Als directeur van een school moest ik uiteraard op 1 september terug beginnen werken, mijn vrouw en ik waren dus gedwongen om ergens tijdens de zomermaanden op verlof te gaan. Uit gemakzucht werden de duivers dan terug bij de duivinnen gelaten, maar dat was dan een compleet zottenkot. Op een keer heb ik dan besloten om alle bakken te sluiten en de duivinnen gewoon los op het hok te laten met een voedersilo en een drinkklok met voldoende water. Kwamen wij een week later terug thuis en was er geen enkele duivin die ook maar enige lesbische neiging vertoonde. Ik dacht, laten we dat volgend jaar misschien eens een gans seizoen proberen. Lukt het niet, kunnen we ze nog altijd terug opsluiten.” De vraag blijft: lukte het?
De start op nest
Ik laat Freddy verder aan het woord: “Wij starten het nieuwe seizoen altijd met de duivinnen op nest. Eens de jongen groot, boeken dicht, jongen weg, deurtjes toe - en hierbij hebben we dan dadelijk het antwoord op onze vraag - en dat blijft zo. De duivinnen zitten dan voor hun bak of op een schabbetje. Er zal daar wel eens een koppeltje gevormd worden, maar dat is een uitzondering.”
Het was na een gesprek met Jos Engels dat Freddy de beslissing nam om op nest te starten. Jos liet tijdens dat gesprek vallen dat hij zijn vliegduiven tweemaal liet kweken daar hij die jongen nodig had. Met pennen stoten had hij geen problemen. “Het was de periode dat wij onze duivinnen nog opsloten. Eerst werd er aan winterkweek gedaan en dan moesten al die duivinnen weer in hun bak opgesloten worden. Ik heb dat dan geprobeerd, met de achterliggende gedachte dat ik die duivinnen toch weer een tijd niet moest opsluiten. De duivinnen begin april terug koppelen en naar de nationale Bourges toeleven op een groot jong. De duivers werden weggenomen wanneer de jongen ongeveer een week oud waren en de duivinnen zaten als het ware gepaard met hun jong. We maakten op Bourges een fantastische uitslag en sindsdien zijn we dat blijven doen.”
De fabel dat nestduiven de week nadat je hun jongen wegneemt een dipje krijgen, wordt ook door Jacques ontkracht: “De week nadien maken we dan altijd een topuitslag.” Het nadeel van dit systeem is wel dat je omwille van het koppelen en leggen tijdens de maand april amper prijs kan spelen. De duivinnen zitten dan volledig uit hun ritme en het duurt wel enkele weken vooraleer zij de draad terug opgenomen hebben.
| 1. Bovenal bemin de goede duif ! Vertrekken met een goede basis is een eerste vereiste. Haal duiven bij een melker uit de streek die je kunt volgen op de uitslagen. 2. De duiven moeten zich aanpassen aan de melker en niet omgekeerd. 3. Kweekduiven kunnen zonder medicamenten. 4. Ervaring is zeer belangrijk ! Leren uit fouten en verkeerde beslissingen. Wie het minst fouten maakt is de winnaar. 5. Stiptheid is noodzakelijk tot op een bepaalde hoogte. Stiptheid is niet de enige sleutel tot succes. 6. Taakverdeling is belangrijk. Iedereen moet weten wat zijn mandaat is. Wij hebben heel vlug de balans gevonden en dat is ons succes. 7. Geloof in eigen systeem. Probeer en concludeer ! 8. Bij vliegduiven kan het niet zonder medicatie. Maar medicamenten maken van een middenmoter nooit een kampioen. 9. Mannequins kweken kan iedereen ! Maar zijn alle goede duiven mannequins ? 10. De prijzen worden verdeeld aan de meet ! Laat u niet misleiden door een vluchtig succes. |
Elke week de mand in
Proberen is één ding, dúrven proberen is nog net iets anders. In 2018 stonden Jacques en Freddy op een keerpunt in hun carrière. Ze voelden dat als ze niet elke week gingen meespelen, ze te kort gingen komen in de nationale kampioenschappen. Ze stonden op plaats één met de 1e en 2e getekende en maakten met Tygo ook nog kans op een 1e nationale asduif. Ze hadden al wel twee weken na elkaar meegegeven, maar dit was toch weer een primeur.
De duivers hadden op zondag een Tulle met uitgestelde lossing afgewerkt. Maar zondag Tulle vliegen en woensdagavond terug de korf in op Angoulême? Er volgde crisisoverleg tussen beide broers. We laten Freddy verder aan het woord.
“Wat gaan we doen? Een paar meegeven? De helft meegeven samen met Tygo? Het werd uiteindelijk alles. Goed. Woensdagavond alles de korf in. Toch een beetje spanning in je lijf. Vrijdagmorgen werd Perpignan gelost, ’s avonds geen enkele duif thuis. Ook niet in Frankrijk. Je slaapt al iets minder goed dan gewoonlijk. Zaterdagmorgen nog steeds niets. De snelheidsvluchten die ochtend verliepen aan normale snelheden. Terug een beetje meer gerustgesteld. Dan begint het wachten. Het online aanmelden was nog helemaal niet ingeburgerd zoals het nu wel is. Je begint te kijken naar de snelheid van de snelheidsvluchten die ochtend. Wachten. Niks. Om 14.00 uur, nog niks. Je voelt dat. Om half drie, nog niks. Op de bank bij de ‘letters’ vallen de gesprekken ook stil. Wat heb ik gedaan? Norbert Ally, die notabene nog verder speelt dan ons, had al 10 minuten ervoor gepakt. Ik ga naar achter, ik moet alleen zijn. Twee minuten later duikt de eerste neer, Wonderful Lady, een minuut later gevolgd door Tygo.”
’s Avonds was het gros van de duiven van Freddy en Jacques thuis. De inspanning had ook geen negatieve invloed op hun verdere carrière want de volledige groep draaide in 2019 terug vlot mee.
Maar het kan nog straffer. In 2019 speelde zich ongeveer hetzelfde scenario af. Alleen werden de duiven toen pas op maandag gelost. De ganse ploeg was mee geweest, maar geen probleem, ze hadden dat nogal eens gedaan. Deze vlucht was wel wat zwaarder geweest maar soit. Op dinsdagmorgen werden de duiven losgelaten... na vier of vijf toeren zat alles terug op het dak. Jacques aanzag het: “Dat gaan we dus niet doen.” Dinsdagavond was er in het vliegen nog geen beterschap. En toch wou Freddy weten of dat zou lukken of niet met in het achterhoofd de gedachte dat ze ooit misschien wel eens verplicht zouden worden om zo te handelen. De broers kwamen overeen: we gaan alleen de slechte meegeven. Woensdagmorgen zagen ze nog steeds geen beterschap in de training. Freddy: “Maar als we alleen onze slechtste gaan meegeven, weten we natuurlijk nog niets.” Er werd een compromis gevonden. Er zouden ook vier echt goede meegegeven worden. Aan de inkorftafel sloegen de twijfels terug toe. De duiven voelden helemaal niet aan alsof ze al terug klaar waren om ingekorfd te worden. Maar het wonder begon zich te voltrekken. De thuisblijvers hun training op donderdag verliep al beter. Ook in de hand voelden zij beter aan. Het ging de goede kant uit. Op vrijdag verliep de training al terug zoals de broers gewoon waren. In de hand voelden de duiven nu ook oké aan. Freddy: “We voelden ons niet kansloos.”
Zaterdag. De dag van de waarheid. Het werd geen loodzware vlucht maar ook geen ‘wind-van-achtertje’. Er moest gewerkt worden. De vier toppers vlogen top. Bij de slechteren waren er enkelen die zich ook mooi klasseerden, maar het grote deel maakte zijn status van ‘te slecht om te blijven’ waar. De vier toppers bleven ook daarna echte toppers. Classic Pearl kroonde zich het jaar nadien tot 1e nationale asduif fond en 1e Olympiadeduif.
Freddy verduidelijkt dat beide situaties zich voordeden tijdens de allerlaatste vlucht van het seizoen; anders hadden ze dit wellicht niet gedurfd. Of ze hun duiven wekelijks inkorven, hangt bovendien af van het weer en de zwaarte van de vlucht. Een Limoges met een snelheid van 1.000 m/min is immers een heel ander verhaal dan eentje van 1.500 m/min.
De bal misslagen
Ondanks al hun ervaring loopt niet alles zoals de broers het soms zouden willen. Freddy: “Alle beslissingen die we afgelopen seizoen namen, bleken achteraf ook de juiste te zijn. Behalve de voorlaatste vlucht vanuit Chateauroux. Daar heeft de natuur ons bedot.”
De jonge duiven werden daarop ingekorfd met in het achterhoofd de wetenschap dat dat een makkelijke vlucht zou worden. Met de voorspelde wind werd er niet op een topklassering gerekend, maar dat was ingecalculeerd. De jonge duiven die mee waren, hadden vrij weinig ervaring. Het was net de bedoeling om hen meer ervaring te geven.
De snelheidsvluchten ’s morgens verliepen normaal, Chateauroux werd andere ‘kak’. Slechts drie duiven wisten nationaal de kaap van 1300 m/min te ronden. Jacques en Freddy beginnen met de 1e zonaal maar moesten dan een half uur wachten op hun tweede duif. Van de 137 jongen die ze inkorfden, waren er 17 thuis voor het einde van het concours. Heel druppelsgewijs is de rest de volgende dagen en weken naar huis gekomen. “Zijn ze geselecteerd?” vragen Freddy en Jacques zich af. “Op uithouding wel,” zegt Freddy. “Maar op verstand? Dat zullen we volgend jaar wel zien.”
| 2-10-11-14-15-21-27-28-34-37-39-56-58-60-72-93-99e Nat. Bourges 23.469 jaarse (104/187) 1-4-5-7-8-9-10-11e Nat. Zone 3593 d. 1-3-4-6-7-10-11-12e Prov. 5884 d. 7-12-16-51-60-67-97e Nat. Bourges 22.975 oude (56/74) 5-13-14-15-18-19-38-43-69-95-96-97-98-99e Nat. Limoges 9067 oude (54/72) 1-13-17-26-29-30-31-43-44-48-76-92e Nat. Cahors 3156 oude (24/28) 8-9-11-55e Nat. Tulle 5936 oude (22/35) 5-6-7-12-19-20-25-30-37-39-44-46-51-62-70e Nat. Tulle 6780 jaarse (95/168) 11-27-36-46-69e Nat. Limoges 6972 oude (40/53) 13-17-21-22-23-25-29-30-48-49-72-83-84-95e Nat. Limoges 9091 jaarse (110/157) 20-23e Nat. Brive 2531 oude (2/3) 7-66e Nat. Brive 2283 jaarse (3/4) 4-10-39-95e Nat. Chateauroux 5504 oude (31/52) 4-6-12-13-14-19-27-27-31-38-41-45-45-74-89-91-94-99e Nat. Chateauroux 8597 jaarse (104/159) 3-4-5-6-18-24-26-40-53-65-71-72-75-79-85-86-99e Nat. Perigueux 3435 oude (35/49) 2-5-6-15-16-27-32-35-41-48-50-51-52-56-57-66-67-68-73-77-82-88-95-96-97e Nat. Perigueux 4423 jaarse (98/156) 58-101e Nat. Aurillac 2373 oude (3/3) 24e Nat. Aurillac 3516 jaarse (2/2) 3-7-12-33-38-51-60e Nat. Perigueux 2663 oude (21/44) 10-11-29-30-31-34-38-38-45-46-50-57-58-66-70-86-89-93e Nat. Perigueux 3586 jaarse (78/122) |
Selectie
Alle jonge duiven worden, op enkele uitzonderingen na, aangehouden. Vroeger gebeurde dat niet. Waren er op het einde van het seizoen 80 vrije bakken, werden er 80 jongen geselecteerd die naar het vlieghok mochten. In de winter vielen er steeds wel enkele duiven uit: tegen het raam gevlogen, gepakt door de roofvogel of andere ongevallen. Het gevolg was dat er bij de start van het seizoen steeds een aantal bakken leegstonden. “En daar kan ik niet tegen,” zegt Freddy. “Ik wil dat alles vol zit. Dat zit zo in mijn hoofdje.” En zo werden er elk jaar ook een tiental jongen ‘op overschot’ in de volière geplaatst om in het voorjaar de vrijgekomen plaatsen op te vullen. Onder dit ‘opvulsel’ bleken elk jaar nationale asduiven te zitten. “En in plaats van dus elk jaar een tiental reservesoldaten in de volière te zetten, beslisten wij om alle jonge duiven op het vlieghok te zetten.”
Ik: ”Over hoeveel bakken beschikken jullie dan?”
Freddy denkt even na: “280 max.”
Ik maak even een kleine rekensom. Ongeveer 250 overgebleven jongen die naar het vlieghok gaan. Tel daar nog een groot aantal jaarse en oude duiven bij... “En waar zitten die zonder bak dan?”
Freddy: “Op schabbetjes of op de grond. Geleidelijk worden die duiven ingepast in de vrijgekomen bakken. Iedereen heeft tegen het echte begin van het seizoen een nestbak.
Jacques vult aan: “En zelfs bij die eerst op de grond verblijven, zitten elk jaar nationale asduiven.”
Freddy gaat verder: “We kunnen zelf geen duiven selecteren in de hand op goed of slecht, maar gelukkig hebben we daarvoor de mand als enige scherprechter.”
Mattheo: de bijna afgeschreven stamvader
“Van Mattheo, toch wel onze stamkweker, vind je geen enkele nazaat van voor 2012. Zelf werd hij geboren in 2005. Geen enkele van zijn kinderen die enkel als jonge duif gespeeld werden, haalde ooit onze selectienorm om naar het vlieghok van de oude duiven te gaan.”
Gelukkig voor Mattheo werden eind 2012 ook enkele van zijn kinderen weerhouden omdat de spoeling bij de jonge duiven erg dun was. In het daaropvolgende jaar, 2013, vierden de Vandenheedes twee nationale titels: 1e Nat. Asduif fond oude maar, belangrijker in het ganse verhaal, ook 1e Nat. Asduif grote halve fond jaarlingen. Die tweede titel werd behaald met een van die twee kinderen van Mattheo, die in laatste instantie nog een vrijgekomen plaatsje gekregen had.
Klein detail: beide nationale asduiven hadden dezelfde moeder. Aan haar werd wel aandacht besteed in een toenmalig artikel in De Duif. Aan vader Mattheo werd geen druppel inkt besteed. ‘Het kan verkeren,’ sprak Bredero en met hem Jacques en Freddy.
De mand beslist
Sinds dat bewuste jaar krijgen alle jonge duiven dus een plaatsje op het vlieghok. Maar hoe streng is de selectie dan? We trachten het te duiden aan de hand van de kweek in 2022. Er werden dat jaar +/- 350 jonge duiven gekweekt waarvan er op het einde van het jaar ongeveer 250 naar het vlieghok mochten om hun kunnen te bewijzen. Op het einde van 2023 bleven er van die 250 nog een 50-tal over. Een nationale winnaar of nationale asduif verhuist sowieso naar het kweekhok maar dat zijn er ook geen twintig per jaar natuurlijk. We zijn inmiddels najaar 2026 en op het vlieghok zit welgeteld nog één vlieger wiens ringnummer begint met jaartal ’22. Dat zegt misschien meer over de selectienorm dan eender welke uitleg.
“Heel de cirkel moet rond zijn, alles moet passen,” zegt Freddy. “En bij ons past alles momenteel. Wij hebben zoveel kwekers, wij gaan zoveel jongen kweken. Wij gaan op het einde van de rit zoveel jongen overhouden, tien procent meer of tien procent minder. Al die overblijvers gaan naar het jaarlingenhok. Ze worden tweejaarse. Een aantal zijn er al uitgeselecteerd, enkelen gaan naar het kweekhok omdat ze het bijzonder goed gedaan hebben. Ze worden driejaarse, vierjaarse en dan kom je op het einde van de rit en dan heb je één of twee duiven over waarvan we niet weten wat ermee te doen. Al de rest heeft om een of andere reden zijn plaats op het kweekhok reeds verdiend. Wij moeten niet selecteren, de duiven selecteren zichzelf.”
En dan stellig: ”Wij selecteren nooit meer in de hand. Ik zit te wachten op de eerste persoon die hier na het seizoen het jonge duivenhok opgaat en uit die toch reeds min of meer geselecteerde jonge duiven mijn vijf beste duiven voor volgend jaar haalt. Hij mag per duif een bedrag inzetten: tien, honderd, duizend, tienduizend euro, maakt mij niet uit. Als mijn drie beste duiven van volgend jaar uit die vijf gekozen duiven komen, betaal ik hem het dubbele terug. Ik ben nog altijd aan het wachten. En naar mijn mening zou het de sport trouwens volledig kapotmaken, mocht er iemand opstaan die dat werkelijk zou kunnen.”
Moraal van het verhaal: er zijn prinsen en prinsessen die nooit een prijs zullen vliegen en er zijn Assepoesters en vagebonden die kunnen uitgroeien tot nationale asduiven.
Totaal weduwschap (of niet)
“Nooit gedaan,” steekt Freddy van wal. “Ik lees ook reportages, misschien op een andere manier dan anderen, maar één ding viel me wel dadelijk op. Om duizend en één redenen kwamen de duivinnen er veel beter uit dan de duivers. Op ons hok was dat niet het geval.”
Bij Freddy en Jacques vliegen de duivers en de duivinnen exact hetzelfde programma. Elke week de mand in. Tegen alle vooroordelen in. “De top, wij zoeken alleen de top,” benadrukt Freddy.
Jacques: “Om te blijven moeten er prijzen per 100-tal en per 50-tal bij zijn.”
Freddy: “We selecteren per 100-tal. En dan zijn bij ons de duivers net iets beter dan de duivinnen. In verhouding hebben wij aan de top meer duivers dan duivinnen. In de buik ligt dat anders. Daar scoren onze duivinnen wel beter, ik schat in een verhouding 60/40 procent. Vandaar: geen totaal weduwschap.”
| Begin er maar aan.... “We zijn ontzettend fier en voelen ons trensetter met onderstaande records in België” 4 MAAL ALGEMEEN KAMPIOEN VAN BELGIE 2022-2018-2017-2012 In één seizoen (2020) tweemaal de drie eerste nationaal Brive – 3755 d. : 1 – 2 – 2 Limoges – 9756 d. : 1 – 2 – 3 In 2019 : de vijf snelste duiven op een nationale vlucht Vierzon – 32.530 d. : 1 – 2- 3 – 4 – 5 Over de laatste 7 jaar (2020 -> 2026) de meeste asduiven in de officiële gehuldigde nationale kampioenschappen KBDB In 2020 : 25 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2021 : 17 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2022 : 9 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2023 : 14 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2024 : 19 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2025 : 6 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB In 2026 : 19 nationale asduiven officieel gehuldigd door de KBDB 3 jaar na elkaar de EERSTE NATIONALE ASDUIF FOND KBDB 2024 : Rene 22-4137059 2025 : Imperio 24-4141427 2026 : L’Incroyable 25-4055087 30 zuivere nationale overwinningen |
De hokken vanbinnen
Het volgende wat ik ga schrijven, is een zuivere eerste persoonlijke impressie. Het is de onmiddellijke reactie, de link die mijn hersenen legden met wat ik zag. “Het moet voor iedereen mogelijk zijn om hetzelfde te bereiken,” stelt Jacques op een bepaald moment. Zelf moest ik toch even bekomen en in mijn hoofd een knopje omdraaien. Het begon met de vraag of ik de hokken ook eens vanbinnen mocht zien.
“Natuurlijk,” antwoordden Freddy en Jacques. De deur van het vlieghok voor jonge duiven ging open, ik wilde... maar nog voor ik nog maar één stap gezet had... mond open: “What the fuck is dit?” Je denkt dat je er na het gesprek met Freddy en Jacques wel op voorbereid bent, maar dit? Ik steek voorzichtig mijn hoofd binnen. Op een aantal hokken zaten al bijna geen duiven meer, maar zelfs dan. Elke vrije plaats tegen de wand werd ingenomen door een rij schabbetjes (kapelletjes). Van op de grond tot aan het plafond. De deuren tussen de verschillende afdelingen en naar de gang staan allemaal open. Mijn ADHD-hoofdje begint alarmsignaaltjes uit te sturen. “Rustig blijven Michel.”
Ik: “Dat zit hier dus allemaal vol in de zomer?”
Freddy: “Ja. Zoveel te meer, zoveel te liever.” (Ik denk terstond aan de film ‘Birds’ van Alfred Hitchcock)
Ik: “Oh my God. En dat staat hier dus allemaal open? En die duiven kunnen van hier naar ginder vliegen en…?
Freddy: “Ja.”
Ik: ”Maar dat is toch een wilde bende?”
Freddy: “Nee.”
Ik: “Maar als je ze moet pakken, dan worden de tussendeuren toch gesloten?”
Freddy: “Ja. En dat pakken gaat snel. Binnen de drie kwartier hebben wij onze 250 jonge duiven in de korven zitten.”
Mijn gedachten gaan uit naar een aantal goed spelende liefhebbers bij ons in de buurt. En ik denk, om het op zijn mooi West-Vlaams te zeggen, “Als ik die hier mee naar toebreng, ‘die komen hier zot’. Die geraken in shock.”
De film die zich in mijn hoofd afspeelde, wordt even later pure realiteit wanneer we de verblijven van de duivers betreden. Deze mogen na het seizoen een jong grootbrengen en verhuizen dan naar de volière. Hun partners blijven daarna op datzelfde hok totdat de jongen groot genoeg zijn om zelfstandig verder te kunnen. Duiven. Overal duiven. Duiven op een plankje, duiven op de grond, duiven in een bak, duiven links, duiven rechts. Duiven onder, duiven boven. “Rustig blijven, Michel.” Jonge duiven in de bakken, jonge duiven op de grond. Overal mest, wel kurkdroge mest. Geen mest van één of twee dagen maar van langere tijd. Op de vloer en in de bakken. Ook hier weer alle deuren tussen de afdelingen en de gang open. Ik kijk rond, kijk naar Freddy, kijk terug rond, kijk de volgende afdeling binnen. De duiven wandelen en vliegen voor mij op. Ik kijk terug naar Freddy en Jacques en verwacht zoiets als een excuus. Zoiets als: “Dat is nu eenmaal ons systeem.” Niets. Geen spoor van emotie op hun gezicht. Ik laat me alles even ‘overkomen’. “Rustig blijven,
Michel. Rustig.”
Dan valt me wel iets op: “Het is hier best wel aangenaam.” Ik snuif een keer. Verwondering. Nee, mijn neus bedriegt me niet. In tegenstellingen tot wat je zou verwachten - duivenkak stinkt - op deze hokken ruikt het niet. Ook de duiven blijven rustig. In tegenstelling tot wat ik zou verwachten, geen wilde bende. In de ramen staan een soort polycarbonaat kanaalplaten. Op de dag van mijn bezoek mogen we nog genieten van een heerlijke nazomer. Ik voel even aan de platen: lekker warm.
Ik: “Het hok voelt wel heel aangenaam.”
Freddy: “Aangenaam, hè.”
Ik: “Maar wordt dat niet te warm in de zomer?”
Freddy: “Des te heter, des te beter.”
Jacques kijkt nog steeds vanachter de rug van Freddy geamuseerd mee.
En ik? Ik begin me net zoals de duiven steeds meer op mijn gemak te voelen.
Om over na te denken
Bij thuiskomst en bij het schrijven van dit stukje - als mijn ergste emoties weggeëbd zijn - overpeins ik bij mezelf even hoe die verschillende goed spelende liefhebbers uit mijn buurt ieder op zich zouden reageren. Ik kan me er eentje voorstellen die zelfs het hok niet zou willen betreden. Ik kan me er eentje voorstellen die zou zeggen: “Als ik zo met de duiven moet spelen om prijs te winnen, ik zou alles wegdoen.” Een andere zou zeker mee de hokken opgaan - nooit te oud om bij te leren - en bij zichzelf denken: “Proficiat, maar zo hoeft het voor mij toch niet. Ik blijf wel op mijn manier verder doen. (En niet zonder succes).” Er zou ook één bij zijn die zou denken: “Wat die mannen doen, staat mij wel aan.”
En dan denk ik, dat bedoelt Freddy dus met een volledig andere mindset. Met: ‘Heb je het al geprobeerd?’ Dat knopje durven omdraaien, de geijkte paden durven verlaten. Vooroordelen opzijzetten. Ons brein wil het ons doen geloven - net zoals het ons wil doen geloven dat stront stinkt - dat zoveel duiven op een groot hok wel een wilde bende moet zijn. Maar heb je het al eens geprobeerd? 30 nationale overwinningen en recordhouder wat betreft nationale kampioenschaps- en asduiftitels, berusten niet op toeval, nonchalance of een compleet verkeerde benadering van de sport.
Ik herinner me de tijd dat men zei: “Je moet boven de ingang van je duivenhok een bordje hangen: ‘Geduld’.” Ik ga er thuis drie hangen: ‘Geloven’, ‘Nadenken’, ‘Proberen’.