DIRK VAN DEN BULCK - 1e Nat. Kamp. snelheid jonge en 1e Nat. Asduif snelheid jonge
Grobbendonk – Grobbendonk is een gemeente in de Antwerpse Kempen gelegen aan de Boudewijn snelweg en aan de samenvloeiing van Nete en Aa. In het wielermuseum aldaar wordt het verhaal verteld van de grootste wielrenners die de Kempen ooit gekend heeft. We hebben het dan in de eerste plaats over Rik Van Looy, de “Keizer van Herentals” en Herman Van Springel die beiden in Grobbendonk geboren werden. Ofschoon hij in Lier geboren werd had Raymond Ceulemans er ook vele jaren zijn thuishaven.
Wanneer we het over de duivensport hebben dan schrijft Dirk Van den Bulck er al enkele jaren geschiedenis. In 2012 had hij de 1e Olympiadeduif cat. F in Nitra... in 2013 was hij out standing in de categorie snelheid jonge duiven waar hij 1e Nat. Kampioen Snelheid jonge duiven KBDB werd en ook de titel van 1e Nat. Asduif Snelheid jonge duiven KBDB met veel bravoure binnenhaalde.
| 13.7 Noyon | 1603 d. | 5 (1e get.) | 2 (2e get.) |
| 30.6 Noyon | 1559 d. | 2 (1e get.) | 10 (2e get.) |
| 07.7 Noyon | 1371 d. | 5 (1e get.) | 21 (2e get.) |
| 23.6 Quievrain | 1792 d. | 53 (1e get.) | 1 (2e get.) |
| 21.7 Noyon | 1178 d. | 13 (1e get.) | 35 (2e get.) |
| 01.9 Noyon | 390 d. | 5 (1e get.) | 19 (2e get.) |
Een solide basis
Bij Dirk Van den Bulck ging de duivensport over van vader op zoon. Dirk speelde ook nog een tijd samen met vader Alfons en toen vader overleed startte hij voor eigen rekening op zijn huidig adres. Dirk is leraar informatica met pensioen en nog steeds bezeten door de duiven !
In eerste instantie ging hij van start met duiven van vader en een duivin van nonkel Jan Van den Bulck. Twee duiven van Leo Heremans... een doffer (“Kleinzoon Olympiade”)... en een duivin (“Nieuwe Rossi” x “Eénoogske”) via neef Marc Van den Bulck zorgden voor de eerste versterking.
Later kwamen er nog duiven bij van Louis Keirsmakers, Nijlen (dochter van de “Montlucon”)... een vale duivin van Jos Cools, Grobbendonk (al wat rood of vaal is in de kolonie is aan deze vale duivin verwant)... een doffer uit samenkweek met Alois Agemans, Gierle... een jonge duif van 2013 uit samenkweek met Rudi Diels, Beerse (“Goudhaantje” x “Olympiadeduivin”) en deze doffer zal spoedig zijn plaats innemen op het kweekhok. Verder nog een doffer rechtstreeks van Stefaan Lambrechts (vader van de “Olympiadeduivin”)... en een doffer uit samenkweek met Maurits Hasendonckx.
Weduwnaars
Dirk Van den Bulck vatte het seizoen 2013 aan met een ploeg van 16 weduwnaars... 60 jonge duiven en een 10-tal koppels kwekers als achterban. De weduwnaars vlogen vorig jaar op 12 augustus hun laatste wedstrijd en trokken daarna nog een late ronde jongen groot. Na het spenen van de jongen werden ze gescheiden en overwinterden op hun hok. Tijdens de winterperiode kwamen ze ook niet meer los.
Ze gingen door de rui met een goede ruimengeling met een ruime portie klein zaad. Verder ging er regelmatig Gervit-W in het drinkwater en “Aloe Vera Gel” (mineralen) die trouwens het hele jaar door verstrekt wordt.
De weduwnaars werden op 25 november een eerste maal gekoppeld en trokken een koppel jongen groot. Nadien volgde er geen tweede koppeling meer. Half maart werd er gestart met het opleren... een paar keer met de wagen wegvoeren... en dan de vliegploeg opsplitsen over Quiévrain (3 oude + 2 jaarse) en Noyon (de rest). Het moet gezegd Dirk Van den Bulck speelt bij voorkeur Noyon.
De weduwnaarsploeg traint tweemaal daags gedurende 45 minuten. Het liefst ziet Dirk dat de weduwnaars boven het hok open spatten en dat ze afzonderlijk gaan vliegen. Ze mogen eventjes neerstrijken op hun hok en dan opnieuw wegspurten met veel gedruis. Wanneer ze niet meer “vlijtig” bezig zijn worden ze binnen geroepen. Dat gebeurt heel vlot en de grote twijg die Dirk daarbij hanteert kennen ze maar al te goed.
De weduwnaars worden iedere week gespeeld... van april tot en met juli. Na afloop van het weduwschap wordt er niet meer gespeeld op een nestpositie. Na aankomst van een wedstrijd wordt er superdieet gevoederd met “Aloe Vera Gel” en ook op maandag en dinsdag schaft de pot superdieet en is er zuiver water in de drinkpot. Vanaf woensdag tot de inkorving wordt er opgevoederd met sportmengeling. De doffers worden op de bodem van het hok gevoederd... eerst de helft van de normale portie... na 10 minuten het resterend deel tot alles opgegeten is. Daarna worden nog meerdere kleine porties bijgevoederd tot niet alle graan meer opgegeten wordt en dan wordt de dis afgeruimd. De duiven hebben in Grobbendonk inderdaad nooit honger.
Op zaterdag (inkorvingsdag) wordt er ook op een speciale manier gevoederd. In de voormiddag wordt er normaal getraind maar bij het binnenlopen wordt er geen eten verstrekt. Tussen 13 en 14 u wordt er dan “volle bak” sportmengeling gevoederd. Dirk korft graag zijn duiven in met een volle krop eten.
Bij de inkorving krijgen de weduwnaars nestschotel en duivin te zien gedurende een paar minuten. Bij tijdsgebrek kan het gebeuren dat ze het voor een keer alleen met de nestschotel moeten stellen. Verder wordt er niet naar extra motivatie gezocht.
| 05.5 Quievrain | 410 o | 3 (1e get.) | 17 (2e get.) |
| 26.5 Quievrain | 297 o | 2 (1e get.) | 3 (2e get.) |
| 02.6 Quievrain | 340 o | 18 (1e get.) | 1 (2e get.) |
| 23.6 Quievrain | 1792 jo | 53 (1e get.) | 1 (2e get.) |
| 30.6 Noyon | 1559 jo | 2 (1e get.) | 10 (2e get.) |
| 30.6 Noyon | 2023 jo | 2 (1e get.) | 91 (2e get.) |
| 07.7 Noyon | 1371 jo | 5 (1e get.) | 21 (2e get.) |
| 07.7 Quievrain | 253 jo | 5 (1e get.) | 6 (2e get.) |
| 13.7 Noyon | 1603 jo | 5 (1e get.) | 2 (2e get.) |
| 21.7 Noyon | 1178 jo | 13 (1e get.) | 35 (2e get.) |
| 01.9 Noyon | 390 jo | 5 (1e get.) | 19 (2e get.) |
Jonge duiven
Dirk wil niet meteen jongeduivenspecialist genoemd worden maar zegt wel dat hij alles uit de jonge duiven haalt wat erin zit !
Er wordt een vroege ronde gekweekt uit vliegers en kwekers. De eieren van de 1e ronde van de kwekers worden verlegd onder voedsterkoppels en ook bij enkele jaarlingen. De jongen worden gespeend aan de ouderdom van 24 à 25 dagen. De helft gaat naar een hok waar op nest gespeeld wordt, de andere helft naar een dubbel hok met in het midden een schuifdeur. In dit laatste hok worden de geslachten gescheiden half mei en er wordt verduisterd van half februari tot einde mei. Nadien wordt er niet meer bijgelicht.
De hokken van Dirk Van den Bulck bevinden zich tussen de bomen en het is een hele heksentoer om de jonge piepers de weg naar het hok te leren vinden. Wanneer de jongen al een tijdje buitenkomen worden ze een eerste keer gelost (25 m) op het dak van de veranda. De volgende keer worden ze gelost vanuit het dakvenster van het huis. Daarna van op het erf van de buurman... en zo verder tot ze feilloos de weg naar hun hok terugvinden. En eens die goede manieren geleerd wordt er bij thuiskomst van een wedstrijd helemaal niet “getoerd” en schieten ze als haviken naar de spoetnik onder het bladerdak door.
Dirk neemt zijn jonge duiven veel in de hand met als resultaat heel tamme duiven. De eerste drie weken na het spenen neemt hij zijn piepers zelfs meerdere keren per dag in zijn handen.
De jongen worden zo vroeg mogelijk opgeleerd... en Dirk gaat reeds vanaf half maart zijn piepers “lappen”. In het begin gebeurt dat in kleine stappen... in 10 etappes gaat het naar 10 km. Daarna volgen er nog twee grotere stappen... Mechelen (22 km)... en Vilvoorde (35 km). Op 1 mei vliegen de jongen hun eerste Quiévrain. Daarna worden enkele duiven op Quiévrain gespeeld maar het merendeel van de jongen wordt op Noyon ingekorfd.
Maar zelfs in volle zwier blijven er ook 2 leervluchtjes per week tot eind augustus op het programma staan. De jonge doffers gaan tweemaal per week tot in Mechelen. De jonge duivinnen en de nestduiven worden meer oostelijk (Beringen) gelost. Dit heeft alles te maken met de files op Vlaamse wegen. Van Beringen is Dirk op 40 minuten heen en terug... terwijl hij binnen die tijd nog niet in Vilvoorde is. Het is inderdaad een hele klus... is het allemaal wel de moeite vraagt Dirk zich af... maar de duiven presteren goed en dat is toch het voornaamste. Er worden 20 jonge duiven gespeeld met de schuifdeur en zo’n 30 jonge duiven op een nestje.
De jongen die gespeeld worden op de schuifdeur kunnen bij inkorving stoeien achter schuine plankjes hier en daar op de bodem van het hok... maar ook de bakken voor jonge duiven lenen zich goed om een donker hoekje te maken waar duiven dol op zijn.
Maar er is verandering op til ! Vanaf volgend seizoen worden de jongen niet meer met de schuifdeur gespeeld maar zullen ze op volwaardig weduwschap gespeeld worden met oude partners.
Volgens Dirk is het zo dat wanneer ze als jonge en jaarse duif op weduwschap gespeeld worden er als tweejaarse nog zelden een crack uitgroeit. Een jaarling heeft het verstand van een jonge duif maar de kracht van een oude duif. Een jaarling kunt ge nog zot maken... hij denkt dat hij vlug naar huis moet of dat er anders een andere doffer met zijn duivin weg is...
maar een oude rakker die weet wel beter. Een jonge duif moet ca. 15 à 16 vluchten per seizoen afhaspelen... en de toppers zijn als jaarling nog de beste... maar als oude duif zijn ze iets minder.
Voor aanvang van het vliegseizoen trainen de jonge duiven slechts één keer per dag... in de voormiddag. Tijdens het seizoen wordt er normaal tweemaal daags getraind... op de dag dat de jongen “gelapt” worden wordt er maar één keer getraind. Wanneer ze thuiskomen van een trainingsvluchtje hebben ze geen goesting meer voor nog eens een trainingsbeurt.
1e Nat. Asduif, B13/6139803 “Kittel”
Blikvanger van de kolonie is uiteraard de B13/6139803 “Kittel”. Hij werd geboren uit het topkoppel “Goede Rode” x “Olympiadeduivin” en toverde een schitterend palmares op de tabellen die hem de titel van 1e Nat. Asduif Snelheid Jonge Duiven KBDB 2013 opleverde.
Over de 6 vluchten behaalde hij immers een coëfficiënt van minder dan 1 en dat is een buitengewoon uitzonderlijke prestatie.
Hij is ietsjes dieper maar is toch een geblokte atleet. Hij heeft een zachte pluim... een ijzersterk karakter... en het postuur van een winnaar ! Als Dirk op het hok komt vliegt hij direct naar de bodem van het hok, trippelt snel verder tot onder zijn nestbak, vliegt er dan in en nodigt hem uit voor een rondje “hand vechten”. Hij kan daar de ganse dag mee doorgaan.
DE 10 GEBODEN VAN EEN RASSPURTER
1. Het palmares van een duif moet goed tot uitstekend zijn !
Anders kan ze niet blijven.
2. Ik heb het voor duiven die goed kunnen eten. Zo’n duif voelt goed aan en
ik heb het meer voor de iets dikkere duif.
3. Op eenvoudige maar goede hokken die aangepast zijn aan de omgeving kan er
sterk gepresteerd worden.
4. Durf het minder presteren van je duiven aan jezelf wijten en niet steeds
aan externe factoren als wind, ligging, het weer. Zoek de oorzaak van mindere
prestaties achter je eigen raam en grijp gepast in.
5. Snelle recuperatie van een duif. Voor Quiévrain en Noyon is dat misschien
niet zo belangrijk maar toch graag een duif die er snel terug fit uit ziet.
6. Geloof steeds in het kunnen van je eigen duiven en blijf altijd vertrouwen
hebben in hen ook wanneer het minder gaat.
7. Doe het met duiven met een grote natuurlijke weerstand en die gemakkelijk
gezond blijven.
8. Het oriëntatievermogen moet formidabel zijn. Ook bij minder goed weer worden
de duiven hier “gelapt” !
9. Een zo beperkt mogelijke medische begeleiding... maar we hebben de dieren-
artsen nodig.
10. Jonge duiven zo vroeg mogelijk opleren !!!
Medisch
Eens het vliegseizoen afgelopen is gaat ook de medicamententrommel dicht. In het tussenseizoen staat er wel een paratyfuskuur gepland... of 10 dagen Baytril zonder inenting.
Op de eieren van de eerste broed krijgen de oude duiven 1/4 Flagyl opgestoken (trichomonas). In het begin van het vliegseizoen kregen ze nog eens 1/4 Flagylpilletje opgestoken. Door de behandeling van de oude duiven zijn de jongen bij het spenen eigenlijk vrij van trichomonas maar ook zij krijgen aan het begin van vliegseizoen 1/4 Flagyl opgestoken.
De oude en jonge duiven werden in het begin van het vliegseizoen 5 dagen behandeld met “Orni Special” tegen luchtwegeninfecties. Al bij al is het de bedoeling om het gebruik van medicamenten zoveel mogelijk te beperken.
Een droog hok
Van een hok dat tussen en onder de bomen staat zou je allerminst verwachten dat het droog is. Maar hier in Grobbendonk staat het wel gebouwd op kurkdroge zandgrond met de waterspiegel op 4 à 5 meter diepte. Wanneer het een paar weken niet geregend heeft dan begint het gazon al te verkleuren. Daarbij komt nog dat op alle hokken de bodem bedekt wordt met bonenstro wat een aangename sfeer op de hokken zeker bevordert.
Het is een hok met golfplaten als dakbedekking en de verluchting gebeurt door de openingen vooraan en achteraan. Vooraan in het plafond is er een verluchtingspleet van amper 20 cm die altijd open blijft. Het hok is gebouwd met “blokhut hout” met een dikte van 28 mm. Er komt weinig zon op de hokken en het hok van de weduwnaars is zuidwest gericht. Volgens de experts is het niet gebouwd volgens het boekje maar de duiven vliegen er keihard op... en dat is toch wat telt !
Voor ieder hok van de jonge duiven is een volière gebouwd waarvan alleen de zuidkant volledig open is. Dirk was de gangmaker van zo’n volière en al meer dan 10 jaar werd hiervan het nut bewezen. De duiven hebben overdag de vrije keuze of ze in het hok of in de volière zitten en dat kan van uur tot uur verschillen.
| Provinciale kampioenschappen 2009 : 4e met jonge duiven snelheid 2010 : 3e met jonge, 4e met oude duiven 2011 : 5e met jonge, 8e met oude duiven 2012 : 5e met jonge, 7e met oude duiven 2012 : 1e Provinciale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) (provincie Antwerpen telde 5495 leden in 2012) 2013 : 3e algemeen provinciaal kampioenschap 2013 : 1e met jonge, 6e met oude duiven 2013 : 5e met jonge halve fond 2013 : 1e Provinciale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) 2013 : 5e Provinciale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) 2013 : 3e Provinciale Asduif KBDB oude duiven snelheid (8 vluchten |
| 2009 : 9e met jonge duiven snelheid 2010 : 6e met jonge duiven snelheid 2011 : 9e met jonge duiven snelheid 2012 : niet geklasseerd als 8e met jonge duiven 2012 : 4e Nationale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) 2012 : 1e Asduif Superduif jonge duiven snelheid 2012 : 2e Asduif MSN jonge duiven all-round (5 vluchten) 2013 : 1e Olympiadeduif Nitra categorie F 2013 : 1e Nationale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) 2013 : 6e Nationale Asduif KBDB jonge duiven snelheid (6 vluchten) 2013 : 15e Nationale Asduif KBDB oude duiven snelheid (6 vluchten) 2013 : 11e Nationaal Kampioen met oude duiven snelheid 2013 : 1e Nationaal Kampioen met jonge duiven snelheid |
| 2010 : 4e Nationaal snelheid 2011 : 6e Nationaal snelheid 2012 : 1e Nationaal snelheid (met veel voorsprong gewonnen) |
Selectie
De selectie is hier onverbiddelijk ! Een duif moet veel prijzen vliegen... dikwijls per tiental... regelmatig per 20-tal... en af en toe per 100-tal. Van de 16 weduwnaars zijn er zo’n 6 à 7 die deze norm halen... en de rest gaat er onverbiddelijk uit. Van de 60 starters bij de jonge duiven kan er 1 op 4 zijn verblijfsvergunning verlengen.
En voor Dirk is een mooie duif een duif met een zeer goed palmares ! Hij bekijkt alleen de uitslagen... een zachte pluim is ook nog een vereiste... maar ogen, vleugels, spieren zeggen hem niet veel.
Het kweekhok
Op het kweekhok wordt de lat ook zeer hoog gelegd en meestal is een goede kweker in zijn jonge jaren een goede vlieger geweest. Een excellent kweekpaar is ongetwijfeld “Goede Rode” x “ Olympiadeduivin”. Zij werden o.a. de ouders van “Kittel” (1e nat. Asduif Snelheid Jonge Duiven KBDB 2013) en “Greipel” (6e Nat. Asduif Snelheid Jonge duiven KBDB 2013).
Ander topkoppel is “Broer Goede Rode” x “De 40000 Duivin” en ook zij zetten een aantal klasbakken op de wereld. Beide kweekparen zijn kwalitatief aan elkaar gelijk zegt Dirk.